De erfenis van de A110: van benzine naar stroom

De Alpine A110 kent een lange geschiedenis. De eerste generatie debuteerde in 1963, de tweede in 2017 als een van de laatste pure benzinesportauto's. Nu werkt Alpine aan de derde generatie: volledig elektrisch, maar met dezelfde filosofie. Het merk belooft "een echte EV-sportauto zonder compromissen" — een belofte die veel concurrenten hebben gebroken door massieve accupakketten en hoge zitposities.

De ontwikkelingmule A110 Future, die Alpine meeneemt naar het Goodwood Festival of Speed 2026, laat zien hoe het merk dat wil vermijden. Dit is geen concept ter versluiering, maar een rijdende testbank voor technologie die volgend jaar in productie moet gaan.

Split-battery en 800V: de technische oplossing voor gewichtsproblemen

Wat de elektrische A110 onderscheidt, is het afwijzen van het standaardrecept. Waar vrijwel elke moderne EV op een skateboard-platform rijdt met de accu's in de vloer, kiest Alpine voor een gesplitst accupakket: een deel voorin, een deel achterin. Dit heeft twee belangrijke voordelen.

Ten eerste blijft de zitpositie laag — essentieel voor een sportauto. Een dik accupakket in de vloer zou de bestuurder op suv-hoogte plaatsen. Ten tweede bereikt Alpine een gewichtsverdeling van 40:60 (voor:achter), vergelijkbaar met een middenmotor-benzinesportauto. Dat is de verdeling die de huidige A110 zo behendig en speels maakt, met de neiging tot overstuur in bochten.

De accu's gebruiken cell-to-pack-technologie. De cellen worden direct in het pakket gebouwd, zonder aparte modules. Dat bespaart gewicht en ruimte, al is er een nadeel: reparatie wordt ingewikkelder omdat je geen modules kunt vervangen. Alpine accepteert die afweging in het belang van compactheid.

Verder krijgt de A110 EV een volledig nieuwe 800V-architectuur — de Alpine Performance Platform — en aluminium onderdelen in de ophanging. Ook remmen en stuurinrichting worden geïntegreerd, wat gewicht bespaart ten opzichte van conventionele systemen.

Torque vectoring met twee achtermotoren: de kunst van het dwars gaan

Aandrijving komt van een nieuwe achter-as met twee elektromotoren en een siliciumcarbide-omvormer. Alpine heeft nog geen vermogenscijfers vrijgegeven, maar de keuze voor twee motoren op de achteras is opvallend. Met torque vectoring — verschillend koppel links en rechts — kan het merk de auto behendig en speels houden.

Dit is hoe Alpine de elektrische A110 dwars wil laten gaan, net als de benzineversie. Veel snelle EV's accelereren weliswaar bruut, maar missen de fijne controle en voorspelbare grenzen van een lichte sportauto. De dubbele achtermotoropstelling moet dat gat dichten.

De huidige A110 weegt 1.140 kg. De EV-versie komt daar niet in de buurt — de originele A110 uit 1963 woog zelfs maar 620 kg — maar Alpine benadrukt dat gewichtsbesparing een topprioriteit is. In een markt waar een Porsche Taycan ruim 2.100 kg weegt en zelfs een relatief lichte MG4 rond de 1.700 kg blijft hangen, is elke kilo die Alpine kan besparen een statement.

Design en toekomstplannen: breder, lager, uitgebreider

Visueel wordt de A110 EV een evolutie van het huidige model. De testmule draagt een aangepaste carrosserie van de benzineversie, met uitgezette spoorborden die op een bredere spoorbreedte wijzen. Dat past bij de grotere accupakketten en bredere banden die een zware EV nodig heeft.

Alpine heeft grotere plannen met het platform. Na de A110 EV volgt een roadster-versie, en rond 2028 komt de A310: een 2+2-coupé die de Porsche 911 moet beconcurreren. Deze grotere sportcoupé bereikt mogelijk ook de Amerikaanse markt — iets waar de compacte A110 EV waarschijnlijk van afziet.

De A310 wordt interessant voor liefhebbers die meer praktische ruimte willen zonder in een zware elektrische suv te stappen. Of Alpine daarin slaagt, hangt af van hoe goed het platform schaalt. De 911 EV die Porsche ontwikkelt, wordt eveneens een cruciale benchmark.

De context: waarom lichte EV's zo zeldzaam zijn

De elektrische sportauto-markt staat nog in de kinderschoenen. De meeste aanbieders kiezen voor brute acceleratie en veel vermogen, niet voor lichtgewicht behendigheid. De Lotus Emeya en Porsche Taycan zijn snel, maar zwaar. De MG Cyberster is betaalbaarder, maar evenmin een fijngevoelige rijmachine.

Als Alpine slaagt in zijn missie, bewijst het dat EV's niet per definitie log en zwaar hoeven te zijn. Dat is relevant voor het hele segment. Audi werkt aan een vergelijkbare lichtgewicht elektrische sportauto, wat suggereert dat meer merken dit pad willen bewandelen.

Voor Nederlandse kopers is de A110 EV wellicht een nicheproduct — de huidige benzineversie is al zeldzaam op onze wegen. Maar als statement over wat elektrificatie kan betekenen voor rijplezier, is deze Alpine van groot belang. Wie op zoek is naar een elektrische auto die écht anders rijdt dan de massa, houdt 2026 in de gaten.

Op zoek naar een elektrische sportauto of een ander EV-model dat bij jou past? Bekijk het actuele aanbod op e-automarkt.nl en vergelijk modellen, prijzen en leaseopties.