Washington zet streep door Polestars Amerikaanse toekomst

De Amerikaanse federale overheid heeft een verbod uitgevaardigd op de verkoop van Polestar-modellen vanaf het modeljaar 2027. Het Chinese moederbedrijf Geely, dat via zijn Zweedse dochteronderneming Polestar opereert, wordt geweerd vanwege nationale veiligheidsrisico's rond connected-car-technologie. Het verbod treft specifiek voertuigen die vanaf 2027 nieuw op de markt komen; huidige voorraad mag nog wel worden verkocht.

Wat opvalt is dat Polestar het besluit niet voor de rechter zal aanvechten. Een woordvoerder van het merk verklaarde tegenover The Wall Street Journal dat er "aanzienlijke dialoog" heeft plaatsgevonden met Amerikaanse autoriteiten, maar dat een beroep kansloos wordt geacht. Deze houding contrasteert scherp met die van Volvo, eveneens in Geely-handen, dat wél toestemming kreeg om connected vehicles te blijven verkopen in de Verenigde Staten.

Dealernetwerk van 32 partners zonder perspectief

Voor de 32 Amerikaanse Polestar-dealers komt de beslissing als een mokerslag. Matthew Haiken, een van de grootste dealers van het merk, liet aan dezelfde krant weten: "We verdienen antwoorden." Verschillende ondernemers hebben miljoenen dollars geïnvesteerd in hun vestigingen nadat Polestar uitgebreide modelplannen voor de Amerikaanse markt aankondigde, waaronder de lancering van de Polestar 4.

De ongelijkheid in behandeling tussen Polestar en Volvo — beide Geely-eigendom — roept vragen op over de exacte criteria die Washington hanteert. Waar Volvo een uitzondering verkreeg, stuitte Polestar op een harde grens. Het verschil zou kunnen liggen in de mate van Chinese directe eigendom of de specifieke architectuur van de connected-car-systemen, maar officiële toelichting ontbreekt.

Europees succes maakt Amerikaanse exit verantwoord

Uit bedrijfseconomisch oogpunt is de terugtrekking uit de VS geen ramp. In 2024 verkocht Polestar slechts 5.747 elektrische auto's in de Verenigde Staten, goed voor amper 6% van de wereldwijde verkoop. Europa vormt het overgrote deel van de afzet. De strategische verschuiving naar markten waar het merk al wortel heeft gezet, is daarmee rationeel te noemen.

De Polestar 3 wordt overigens wel degelijk in de Verenigde Staten geproduceerd — in Ridgeville, South Carolina — maar wat er na het ingaan van het verbod met die fabriek gebeurt, is onduidelijk. De Amerikaanse productie was bedoeld om importheffingen te omzeilen en logistieke voordelen te behalen; zonder lokale afzetmarkt vervalt een groot deel van die logica.

Prijsstunts om voorraad te liquideren

Polestar versnelt momenteel de ontmanteling van zijn Amerikaanse aanwezigheid met agressieve kortingen. De Polestar 4 is tijdelijk tot 25.000 dollar goedkoper verkrijgbaar — een bedrag dat de marge volledig wegvaagt maar wel kasgeld genereert uit bestaande voorraad. Voor consumenten die bereid zijn een merk te kopen zonder toekomst op de Amerikaanse markt, is het een unieke kans; voor het merk zelf is het een noodzakelijke uitverkoop.

De situatie illustreert bredere spanningen in de mondiale EV-markt. Chinese eigendom van westerse automerken wordt steeds vaker politiek geladen, zeker waar gegevensuitwisseling en connectiviteit betrokken zijn. Polestar, dat zich positioneert als Zweeds designmerk met Chinese backing, ziet die dubbele nationaliteit nu als achilleshiel in de grootste auto-economie ter wereld.

Voor Europese kopers verandert er overigens niets. Polestar blijft hier voluit inzetten op nieuwe modellen, met de Polestar 4 en de aangekondigde stationcar-variant als speerpunten. Geïnteresseerden kunnen het actuele aanbod van Polestar-voertuigen op e-automarkt.nl bekijken.