Een Ferrari zonder V8 of V12, maar mét vijf zitplaatsen

De Ferrari Luce is de meest radicale breuk met het verleden die het merk uit Maranello ooit maakte. Niet alleen omdat dit de eerste volledig elektrische Ferrari is, maar omdat elk aspect van de auto — platform, design, interieur, zelfs het aantal zitplaatsen — fundamenteel anders is dan alles wat de Scuderia eerder bouwde. Voor een relatief kleine fabrikant als Ferrari is de ontwikkeling van een volledig nieuw EV-platform een investering van een andere orde. Waar BMW de ontwikkeling van zijn Neue Klasse-platform al de grootste investering uit zijn geschiedenis noemde, moet Ferrari datzelfde risico nemen én direct concurreren met gevestigde elektrische supercars.

De Luce is meteen ook de eerste Ferrari met vijf zitplaatsen. Bij traditionele modellen met middenmotor was daar fysiek geen ruimte voor. Dat zegt iets over de vrijheid die een skateboard-platform met accu's in de bodem biedt, maar ook over de doelgroep die Ferrari hier probeert te bereiken: rijders die bereid zijn ruim €550.000 neer te tellen voor een elektrische familie-supercar.

Apple-design maakt Ferrari onherkenbaar

Ferrari koos voor het exterieur samenwerking met LoveFrom, het bureau van voormalig Apple-hoofdontwerper Jony Ive. Het resultaat is zo ver verwijderd van klassieke Ferrari-taal dat de auto bijna lijkt te zijn ontworpen voor een ander merk. De neus, ruiten, dak en cabine lopen als één schaalvorm in elkaar over — meer crossover-coupé dan laaggesproten berline. Ferrari zelf verwijst naar de Daytona vanwege de koplampen achter glas, hoewel die link visueel moeilijk te leggen is.

De carrosserie bestaat uit gladde, doorlopende lijnen met actieve aerodynamica: roosters passen zich automatisch aan voor koeling of luchtweerstand. Met 24 inch wielen en een verrassend praktische 500 liter bagageruimte is de Luce ook functioneel anders geproportioneerd dan enige voorganger. Of dit ontwerp een nieuwe trend inluidt of een misstap blijkt, zal de markt moeten uitwijzen — in elk geval is geen enkele andere elektrische supercar op dit moment zo visueel controversieel.

Interieur: mechanische precisie in digitale jas

Waar het exterieur polariseert, overstijgt het interieur dat niveau. Centraal staat een groot display van glas en aluminium dat vrijwel identiek oogt als een Apple-product — inclusief een geïntegreerde klok die rondetijden kan meten. Opvallend genoeg koos Ferrari bewust voor fysieke aluminium knoppen in plaats van volledige touchbediening, een keuze die tegen de stroom van het merk zelf ingaat (denk aan de veelbekritiseerde capacitieve knoppen in recente Ferrari's).

Het dunne driespaaks stuur verwijst opzettelijk naar klassieke Ferrari's, maar de richtingaanwijzers zijn nu knoppen op het stuur — geen hendels meer achter het wiel. Het instrumentarium bestaat uit verdiept glas dat digitale tellers laat lijken op analoge meters; de hele unit beweegt mee met de stuurkolom. Een curieus detail is de draaibare middenconsole: een forse aluminium hendel laat deze van links naar rechts schuiven. Het is onduidelijk welke functie dat praktisch dient, maar het benadrukt het experimentele karakter van deze auto.

800V-platform met F1-cellen en NASA-samenwerking

Technisch staat de Luce op een 800 volt-architectuur met pieksnelladen tot 350 kW. Het 122 kWh accupakket levert een theoretische 530 kilometer actieradius — op papier concurrentieel met de Rimac Nevera (120 kWh, ~550 km WLTP), hoewel real-world prestaties bij deze vermogenscategorie sterk afhankelijk zijn van rijstijl. Opmerkelijk: Ferrari beweert dat de batterijcellen identiek zijn aan die in haar Formule 1-technologie, wat de vraag oproept hoe die vertaling van racetrack naar straat precies werkt qua degradatie en thermisch management.

Vier zelf ontwikkelde elektromotoren — verder ontwikkelde radiale flux-motoren afgeleid van de F80 — produceren in Boost-modus 1.050 pk en 990 Nm. De sprint naar 100 km/h duurt 2,5 seconden, de topsnelheid ligt op 310 km/h. Voor die acceleratie werkte Ferrari samen met NASA om de G-krachten die het menselijk brein aankan te onderzoeken — een detail dat eerder marketing is dan technische noodzaak, maar dat wel illustreert hoe ver Ferrari wil gaan in de rijbeleving.

Het gewicht van 2.260 kg is voor Ferrari-proporties fors, al belooft het merk door achterwielbesturing, actieve ophanging en software een lichter aanvoelende auto dan het cijfer doet vermoeden. Geluid komt niet uit speakers: Ferrari versterkt de echte mechanische geluiden van elektromotoren en differentiëlen, met de optie om alles uit te schakelen.

Prijs en positionering: een nieuw segment?

De vanafprijs van circa €550.000 in Italië positioneert de Luce ruim boven de Porsche Taycan Turbo S (vanaf ~€260.000) en de Audi e-tron GT RS, maar onder de Rimac Nevera (vanaf ~€2 miljoen). Het is een prijsklasse waarin vrijwel geen concurrentie bestaat — de Lucid Air Sapphire (1.200 pk, vanaf ~€250.000 in de VS) komt qua vermogen in de buurt, maar mist het exclusieve merkapitaal.

De vraag is of Ferrari met de Luce een nieuw segment creëert — de elektrische super-GT met gezinspraktische ambities — of dat bestaande klanten het ontwerp en het ontbreken van verbrandingsgeluid te ver vinden gaan. De levering start in Q4 2026.

Op zoek naar een elektrische sportwagen of GT die wel direct beschikbaar is? Bekijk het aanbod op e-automarkt.nl en vergelijk prijzen, actieradius en laadsnelheden van alle elektrische modellen.