Volkswagen versterkt batterij-alliantie met Gotion
Volkswagen Group, dochterbedrijf PowerCo en het Chinese Gotion gaan hun samenwerking aanzienlijk uitbreiden. De partijen richten drie joint ventures op in Spanje, Slowakije en Marokko die zich richten op de productie van LFP-batterijcellen en bijbehorende grondstoffen. Dit is een strategische zet die Volkswagen moet helpen om de kostprijs van elektrische auto's structureel te verlagen.
De twee bedrijven werken al sinds 2020 samen. Volkswagen is nog altijd aandeelhouder van Gotion, ook al heeft het concern recent een overeenkomst gesloten om 5,3 procent van zijn belang te verkopen.
Drie fabrieken voor volledige LFP-keten
De grootste investering betreft de fabriek in Valencia, Spanje, die momenteel al in aanbouw is. PowerCo behoudt hier 51 procent van de aandelen, terwijl Gotion circa 1,1 miljard euro investeert voor een belang van 49 procent. Deze locatie moet uitgroeien tot een van de belangrijkste Europese productiecentra voor Volkswagens 'Unified Cell' in LFP-chemie.
Een tweede joint venture ontstaat rond het bestaande Gotion-fabrieksterrein in Surany, Slowakije. Hier draait de verhouding om: Gotion wordt met 51 procent meerderheidsaandeelhouder. Naast cellen voor elektrische personenauto's zullen hier ook batterijen voor stationaire energieopslag worden geproduceerd.
De derde vestiging komt in Kénitra, Marokko. Dit wordt geen assemblagefabriek voor complete batterijen, maar een productielocatie voor actieve kathodematerialen die in LFP-cellen verwerkt worden. PowerCo investeert in totaal 470 miljoen euro in de Slowaakse en Marokkaanse projecten om in beide gevallen 49 procent van de aandelen te verwerven.
Waarom LFP de Europese markt gaat veroveren
LFP-batterijen (lithium-ijzer-fosfaat) stonden lang bekend als de goedkope keuze van Chinese fabrikanten. Die associatie is inmiddels achterhaald. De technologie biedt drie doorslaggevende voordelen ten opzichte van de gangbare NMC-cellen (nikkel-mangaan-kobalt): lagere grondstofkosten, hogere thermische stabiliteit en een langere levensduur.
Vooral het weglaten van kobalt en nikkel maakt LFP aantrekkelijk voor autofabrikanten die onder enorme prijsdruk staan. Volkswagen schat dat LFP-cellen momenteel zo'n 10 procent van de Europese batterijmarkt vertegenwoordigen, maar verwacht dat dit aandeel kan groeien naar 60 procent in 2030. Die prognose is significant: het betekent dat de meerderheid van de nieuwe Europese EV's binnen enkele jaren op LFP rijdt.
Opvallend is dat Europa op dit moment vrijwel geen eigen productiecapaciteit voor LFP-cellen heeft. Volkswagen kiest er daarom bewust voor om op Gotion's expertise te leunen in plaats van de hele keten zelfstandig op te bouwen. Die afhankelijkheid van Aziatische kennis blijft ook na deze investering bestaan.
Wat betekent dit voor de EV-koper?
De strategische keuze voor LFP heeft directe gevolgen voor toekomstige Volkswagen-modellen. De Unified Cell-architectuur moet uiteindelijk in meerdere modellen terugkomen, van instapsegment tot middenklasse. Door de lagere celkosten kan Volkswagen de prijs van zijn elektrische auto's verder terugbrengen zonder winstmarges volledig op te offeren.
Voor de Nederlandse markt is dit relevant omdat prijs en actieradius de twee belangrijkste aankoopcriteria blijven voor EV-rijders. LFP-cellen bieden doorgaans iets minder energiedichtheid dan NMC, wat in de praktijk kan uitmonden in een iets lagere actieradius bij hetzelfde gewicht. De technologie compenseert dat met een hoger aantal laadcycli en de mogelijkheid om vaker tot 100 procent op te laden zonder versnelde degradatie.
De vraag is in hoeverre Volkswagen de kostenbesparing doorgeeft aan de consument. Gezien de concurrentiedruk van Chinese merken die al met LFP-gebaseerde modellen op de Europese markt opereren, lijkt een prijsstrategie met scherpere instapprijzen onvermijdelijk.