Geen Chinese productiepartners in Europa

Renault Group CEO François Provost heeft op de Parijse autoshow een duidelijke boodschap afgegeven: een gezamenlijke auto-productie met Chinese fabrikanten in Europa komt er niet. De reden is tweeledig. Enerzijds draaien de Europese fabrieken van Renault al op meer dan 85 procent van hun capaciteit, waardoor er simpelweg geen ruimte is voor dergelijke samenwerkingen. Anderzijds wil het Franse merk technologisch onafhankelijk blijven en alleen partners toelaten die gebruikmaken van Renault-eigen technologie.

Dit standpunt contrasteert scherp met sommige Europese concurrenten die wel Chinese partners zoeken om kosten te drukken. Denk aan Volkswagen dat onderhandelt met XPeng of Stellantis dat samenwerkt met Leapmotor. Renault kiest bewust voor een eigen koers, ook al betekent dat een hogere druk op interne ontwikkelcapaciteit.

Van vier naar twee jaar ontwikkeltijd

De meest opmerkelijke ambitie die Provost uitte, is de verkorting van de ontwikkeltijd voor elektrische auto's naar slechts twee jaar. Ter vergelijking: traditioneel kost het ontwikkelen van een nieuw model drie tot vier jaar, zelfs bij agile autofabrikanten. Tesla wist deze cyclus al enigszins in te korten, maar twee jaar is voor een volumeproducent zeer ambitieus.

Voor het nieuwe elektrische Twingo-model maakte Renault nog gebruik van Chinese ingenieurs. Voor toekomstige modellen geldt echter de nieuwe tweejaarsnorm. Om dit te realiseren heeft het bedrijf ongeveer de helft van zijn ingenieurs die voorheen aan traditionele aandrijflijnen werkten, omgeschoold naar nieuwe disciplines. Denk daarbij aan batterijtechnologie, software-ontwikkeling en vermogenselektronica. Dit is een enorme organisatorische operatie die laat zien hoe fundamenteel Renault zijn bedrijf hervormt voor de elektrificatie.

Winstmarge nadert die van hybrides

Desondanks blijft de rentabiliteit van elektrische auto's een uitdaging. Provost erkende dat EV's gemiddeld nog steeds minder winst opleveren dan verbrandingsmotoren. Toch zijn er positieve signalen. De huidige elektrische modellen van Renault, waaronder de Twingo Electric, de nieuwe Renault 5 E-Tech en de aankomende Renault 4 E-Tech, boeken winsten die volgens Provost "aanzienlijk hoger" liggen dan die van de eerste generatie Mégane en Scénic ooit deden.

Dat is een relevante vergelijking omdat de Mégane en Scénic jarenlang de financiële ruggengraat van Renault vormden. Voor toekomstige platformgeneraties streeft het merk naar een rentabiliteitsniveau dat vergelijkbaar is met hybride technologieën. Gezien de stijgende accuprijzen en schaalvoordelen bij LFP-cellen lijkt dat op termijn haalbaar, al blijft het een uitdagend doel in een markt met hevige prijsconcurrentie.

Batterijketen en totale kosten van eigenaarschap

Een knelpunt voor de EV-vraag in Europa is volgens Provost de nog onvolledige lokale batterijtoeleveringsketen. Renault maakt al wel de overstap naar LFP-cellen (lithium-ijzerfosfaat) voor de Mégane E-Tech, wat de batterijkosten met meer dan 25 procent verlaagt. Toch kost het opbouwen van een volledig Europese waardeketen, inclusief winning van grondstoffen en raffinage, nog jaren.

Tegen de prijsdruk van goedkopere Aziatische importen zet Renault niet primair op lagere aanschafprijzen, maar op de totale kosten gedurende de hele gebruiksduur. Het argument is dat EV's ondanks een hogere aanschafprijs financieel aantrekkelijker worden door:

  • Gegarandeerde restwaarden
  • 30 procent lagere onderhoudskosten dan oude verbrandingsauto's
  • Laagere operationele kosten per kilometer
  • Een service-netwerk met 10.000 vestigingen in Europa
  • Lange garanties en regelmatige software-updates

Daarbij wijst Provost op de toenemende onvoorspelbaarheid van benzineprijzen, wat de zekerheid van elektrisch rijden extra onderstreept. Het is een verkoopargument dat steeds vaker door Europese merken wordt gebruikt nu de energiemarkt volatiel blijft.

Wat betekent dit voor de Nederlandse markt?

Voor Nederlandse EV-kopers is de strategie van Renault relevant omdat het merk met de Renault 5 E-Tech en Renault 4 E-Tech duidelijk inzet op betaalbare, compacte elektrische auto's. De tweejaarsontwikkelcyclus betekent potentieel snellere vernieuwing en scherpere prijsstelling. Of Renault daadwerkelijk kan concurreren met de prijzen van Chinese merken zoals BYD en MG zonder lokale productiepartners, blijft de komende jaren de vraag. De focus op totale kosten van eigenaarschap in plaats van alleen aanschafprijs is echter een verstandige positionering in een markt waar veel lease- en particuliere rijders steeds scherper rekenen.

Benieuwd naar het actuele aanbod elektrische Renault-modellen? Bekijk op e-automarkt.nl welke Renault 5 E-Tech, Mégane E-Tech en andere EV's momenteel beschikbaar zijn.