Er komt een fiscale regeling voor gebruikte elektrische auto’s. De e-timerregeling geeft 14 procent bijtelling op een elektrische auto van vijf tot acht jaar oud, tegen 22 procent voor een nieuwe. Wie de onderliggende stukken leest, ziet echter twee dingen die in de juichverhalen ontbreken: de korting is in de praktijk veel kleiner dan die acht procentpunt suggereert en particuliere kopers moeten juist lánger wachten op een betaalbare tweedehands EV.

Wat is de e-timerregeling?

De e-timerregeling is een voorgestelde bijtellingskorting voor zakelijk gereden elektrische auto’s die vijf tot acht jaar oud zijn. In plaats van de 22 procent die vanaf 2028 voor alle auto’s van de zaak geldt, betaalt de berijder 14 procent. Vanaf 2030 wordt dat 15 procent.

De regeling is bedacht om een probleem op te lossen dat de Nederlandse markt al jaren leegtrekt. Van de elektrische auto’s van vijf à zes jaar oud wordt 15 tot 20 procent geëxporteerd. Bij benzineauto’s is dat ongeveer 3 procent. Het zijn vrijwel allemaal ex-leaseauto’s die met fiscale korting zijn aangeschaft, precies op het moment dat het leasecontract en de bijtellingskorting van zestig maanden aflopen. Ze verdwijnen dus naar het buitenland op het moment dat ze voor de Nederlandse particulier interessant zouden kunnen worden.

Het idee: als een leaserijder een auto van vijf jaar oud aantrekkelijk genoeg vindt om nog drie jaar te rijden, blijft die auto hier. Daarna komt hij als achtjarige op de particuliere markt, verder afgeschreven en dus goedkoper.

Terzijde: in de ambtelijke stukken heet het voorstel nog „greentimer-regeling”. In de markt is de naam e-timerregeling blijven hangen. Welke naam het uiteindelijk wordt, staat niet vast.

Wanneer gaat de e-timerregeling in?

De verkenning gaat uit van invoering in 2028. Of 2027 haalbaar is, noemt het ministerie onzeker. Dat is geen toeval: 2027 is het jaar waarin twee andere dingen gebeuren. De pseudo-eindheffing op fossiele zakelijke auto’s gaat in, waardoor een nieuwe benzineauto van de zaak praktisch onbetaalbaar wordt voor de werkgever. En de youngtimerregeling wordt versoberd, waardoor de leeftijdsgrens van vijftien naar vijfentwintig jaar gaat.

Die tweede verandering raakt een concrete groep: er rijden nu ongeveer 75.000 youngtimers, voor twee derde bij directeur-grootaandeelhouders en voor een derde bij zzp’ers. Die moeten straks iets anders. De e-timer is bedoeld als het elektrische alternatief.

Welke auto’s vallen onder de e-timerregeling?

De voorwaarden uit de verkenning zijn helder:

  • Volledig elektrisch. Plug-in hybrides doen niet mee.
  • Vijf tot acht jaar oud, gerekend van de datum eerste toelating (60 tot 96 maanden).
  • Oorspronkelijke catalogusprijs onder de 65.000 euro.
  • De bijtelling gaat over de oorspronkelijke catalogusprijs, niet over de dagwaarde.
  • Maximaal drie jaar per auto. Het lage percentage staat die hele periode vast.
  • Zakelijk gereden, via lease of eigendom. Een privéauto van vijf jaar oud die zakelijk gaat rijden telt ook mee.

Die prijsgrens is de bepalende. Wij legden hem langs onze eigen catalogus, over de bouwjaren 2020 tot en met 2023: dat zijn de auto’s die in 2028 tussen de vijf en acht jaar oud zijn. Van de 272 uitvoeringen met een bekende catalogusprijs vallen er 171 binnen de grens en 101 erbuiten. Ruim een derde doet dus niet mee.

Belangrijker nog: de grens loopt dwars door modelreeksen heen. Het is dus niet genoeg om te weten welke auto je hebt, je moet weten welke uitvoering.

ModelUitvoeringCatalogusprijsValt
Tesla Model 3Performance (2020)€ 64.990erbinnen
Tesla Model YLong Range AWD (2021)€ 65.010erbuiten
BMW i4eDrive40 (2021)€ 62.992erbinnen
BMW i4M50 (2021)€ 76.786erbuiten
Mercedes EQA300 4MATIC (2021)€ 64.031erbinnen
Mercedes EQA350 4MATIC (2021)€ 66.935erbuiten

Catalogusprijzen uit de e-Automarkt-catalogus, bouwjaren 2020 tot en met 2023. Indicatief: doorslaggevend is de catalogusprijs die voor dat specifieke voertuig is geregistreerd.

Een Tesla Model Y uit 2021 valt er met tien euro buiten. Een Model 3 uit 2020 valt er met tien euro binnen. Zo werkt een harde grens.

Modellen die in deze bouwjaren volledig buiten de regeling vallen zijn onder meer de BMW iX3, iX en i5, de Mercedes EQE en EQS, de Jaguar I-Pace, de Porsche Taycan, de Tesla Model X en de BYD Han en Tang. Dat is ook de bedoeling: het ministerie sluit het E-segment bewust uit, omdat die auto’s minder interessant zijn voor doorstroom naar particulieren.

Wat levert het op?

Het ministerie rekende een auto uit het C-segment door, met een nieuwprijs van ongeveer 45.000 euro, voor het jaar 2028.

Nieuwe EVE-timerVerschil
Berijder (netto bijtelling)€ 4.901€ 3.36131% lager
Werkgever (bruto kosten)€ 10.615€ 8.17823% lager
Zzp’er€ 10.155€ 7.21129% lager

Bedragen per jaar. Bron: verkenning ministerie van Financiën, C-segment 2028.

Voor de huidige youngtimerrijder is het beeld minder vrolijk. Die betaalt nu ongeveer 866 euro per jaar aan bijtelling. Met een e-timer wordt dat 3.361 euro. De auto is dan wel tien jaar nieuwer, maar de rekening gaat bijna vier keer over de kop.

Waarom de korting kleiner is dan hij lijkt

Hier wordt het interessant en dit staat in de stukken van het ministerie zelf. De bijtelling gaat over de oorspronkelijke catalogusprijs. Elektrische auto’s zijn de afgelopen jaren flink goedkoper geworden. Een vijf jaar oude EV had dus vaak een hógere nieuwprijs dan een vergelijkbare auto die vandaag in de showroom staat.

Het ministerie becijfert dat de nominale catalogusprijs van een vijf jaar oude e-timer in 2028 gemiddeld 8 tot 16 procent hoger ligt dan die van een vergelijkbare nieuwe EV. Daarmee verdampt een deel van het voordeel. Van de korting van 36 procent op papier blijft in de praktijk 25 tot 30 procent over.

Bij sommige modellen is het effect veel groter. Voor de Tesla Model 3 en Model Y, die in vijf jaar tijd ongeveer 20 procent goedkoper werden, blijft van die 36 procent nog maar 17 tot 19 procent over. Daar komt bij dat de actieradius van een vijf jaar oude EV ongeveer 15 procent lager ligt dan die van een nieuwe.

Het ministerie trekt daaruit zijn eigen conclusie en die is opvallend eerlijk: met 14 tot 15 procent bijtelling zal de groep die overstapt „naar verwachting beperkt” zijn.

Het addertje voor de particuliere koper

En dan het punt dat in vrijwel geen enkele samenvatting terugkomt. De regeling wordt verkocht als een maatregel die de tweedehandsmarkt helpt. Op de lange termijn klopt dat ook: een auto van acht jaar oud is ongeveer 18 procent verder afgeschreven dan een auto van vijf jaar, wat op een nieuwprijs van 40.000 euro neerkomt op zo’n 7.000 euro verschil. Een auto die als vijfjarige 20.000 euro kost, kost als achtjarige nog 13.000 euro.

Maar let op wat er in de tussentijd gebeurt. Een auto die nu na vijf jaar op de particuliere markt komt, blijft met deze regeling drie jaar langer in het zakelijke circuit. Het ministerie schrijft het zelf op als nadeel: „Mogelijk duurt het langer voordat auto’s doorstromen naar de particuliere tweedehandsmarkt. Meer betaalbare EV’s komen wellicht pas 1 of 2 jaar later beschikbaar, waardoor particulieren mogelijk al een fossiele auto hebben aangeschaft in de tussentijd.”

Wie in 2028 of 2029 een betaalbare gebruikte EV zoekt, krijgt dus te maken met een markt waaruit een deel van het aanbod tijdelijk is weggetrokken. Het voordeel komt pas daarna.

Wat kost het en wat levert het op voor de schatkist?

Het ministerie houdt het nadrukkelijk op een bandbreedte en die is breed. Verwacht worden 64.500 tot 142.500 e-timers na vier à vijf jaar. Budgettair ligt de uitkomst tussen 103 miljoen euro per jaar aan derving en 80 miljoen euro per jaar aan extra opbrengst.

Dat verschil zit in wie er overstapt. Stapt iemand over van een nieuwe zakelijke EV naar een e-timer, dan kost dat de schatkist geld. Gaat iemand die nu privé in een tweedehands auto rijdt over op een zakelijke e-timer, dan levert het juist op. Welke groep de grootste wordt, weet niemand. In de stukken staat letterlijk dat aanvullend onderzoek naar doelgroepen en effectiviteit nodig is.

Wat betekent dit als je nu een tweedehands EV zoekt?

Drie dingen zijn nu al bruikbaar.

Let op de oorspronkelijke catalogusprijs, niet op de vraagprijs. Twee vrijwel identieke auto’s kunnen aan verschillende kanten van de grens van 65.000 euro liggen, puur door de uitvoering. Dat beïnvloedt straks wat een zakelijke rijder bereid is te betalen en dus de restwaarde.

Reken niet op een prijsdaling in 2028. Als de regeling doet wat ze moet doen, wordt het aanbod van vijf jaar oude EV’s in de eerste jaren juist krapper. De ruimere keuze komt pas als de eerste e-timers na drie jaar vrijkomen.

Kijk naar de accu, niet naar het bouwjaar. Bij een auto van vijf tot acht jaar oud is de staat van de batterij de bepalende factor in de waarde. Het ministerie noemt dat zelf als risico bij het oprekken van de leeftijdsgrens: de fabrieksgarantie op de accu loopt meestal na acht jaar of 160.000 kilometer af. Een onafhankelijk batterijcertificaat maakt het verschil tussen een gok en een onderbouwde keuze. Wat een gebruikte EV nu werkelijk kost om te rijden, lees je in onze maandelijkse EV-laadprijsindex.

Wat nog niet vaststaat

Het is een verkenning, geen wet. Het percentage van 14 procent, de grens van 65.000 euro, het leeftijdsvenster van vijf tot acht jaar en het invoeringsjaar 2028 komen allemaal uit een ambtelijk onderzoek dat expliciet ruimte laat voor andere keuzes. In het stuk worden ook varianten afgewogen waarin het venster doorloopt tot negen of tien jaar, met een lagere bijtelling als tegenwicht.

Ook de naam ligt niet vast. Wij houden het bij e-timerregeling, omdat dat de term is die in de markt gebruikt wordt.

Bronnen

Dit artikel wordt bijgewerkt zodra het kabinet een definitief besluit neemt.