Vanaf 1 januari 2027 betaalt een werkgever jaarlijks 12 procent over de cataloguswaarde van elke auto van de zaak die niet volledig elektrisch is. Benzine, diesel, hybride en plug-in hybride vallen er allemaal onder. De heffing gaat over de oorspronkelijke nieuwprijs, ongeacht hoe oud de auto is. Op Prinsjesdag werd duidelijk dat de heffing gewoon doorgaat en dat de beloofde verzachtingen er komen, maar smaller dan ze klonken.

Bijgewerkt op 18 september 2026. Dit artikel verscheen op 13 september, vooruitlopend op Prinsjesdag. Het is nu bijgewerkt met het pakket Belastingplan 2027 en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027. De heffing zelf staat al in de wet; de uitzonderingen moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer.

Wat is de pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing is een belasting voor de wérkgever, niet voor de werknemer. Stelt een werkgever een personenauto met een verbrandingsmotor ter beschikking die ook privé gebruikt mag worden, dan betaalt hij daarover jaarlijks 12 procent van de cataloguswaarde.

Het is geen aftrekpost en geen verhoging van de bijtelling. Het is een aparte heffing bovenop alles wat er al betaald wordt. De wet verbiedt bovendien expliciet dat de werkgever die kosten doorschuift naar de werknemer, direct of indirect.

De maatregel is eind 2025 door het parlement aangenomen en gaat in op 1 januari 2027. De gedachte erachter: in plaats van elektrisch rijden te subsidiëren, wordt fossiel rijden beprijsd. In de kabinetsstukken heet hij inmiddels „pefa”, pseudo-eindheffing fossiele auto.

Dat de heffing doorgaat, is na Prinsjesdag geen open vraag meer. Het ministerie van Financiën heeft de evaluatie al in de agenda staan: een ex-post evaluatie in 2028, met als toets of werkgevers door de heffing daadwerkelijk vaker voor een niet-fossiele auto kiezen.

Voor welke auto's geldt de pseudo-eindheffing?

De heffing geldt voor personenauto's met een CO₂-uitstoot van meer dan 0 gram per kilometer. Dat is ruimer dan veel mensen denken:

  • benzine en diesel
  • hybride
  • plug-in hybride, ook als er vrijwel altijd elektrisch gereden wordt

Buiten de heffing vallen:

  • volledig elektrische auto's
  • waterstofauto's
  • bestelauto's en vrachtwagens
  • auto's die uitsluitend zakelijk worden gebruikt. Let op: woon-werkverkeer telt als privégebruik, dus die uitzondering is smaller dan hij klinkt
  • lesauto's met een handgeschakelde bak. Een lesauto met automaat valt er wél onder

Drie details die in de praktijk aantikken. De heffing is verschuldigd zodra de auto voor privédoeleinden ter beschikking staat, ook als de werknemer daar geen gebruik van maakt. Er is geen ontsnapping via de grens van 500 privékilometers die bij de gewone bijtelling wel bestaat: voor de pseudo-eindheffing helpt een sluitende rittenregistratie alleen als er echt niets privé gereden wordt, woon-werkverkeer inbegrepen. En de heffing telt per volle kalendermaand: staat de auto tien dagen ter beschikking, dan betaalt de werkgever een volle maand.

Afrekenen gebeurt één keer per jaar. De heffing over 2027 moet uiterlijk bij de aangifte over het tweede loonaangiftetijdvak van 2028 betaald zijn. Een werkgever mag er ook voor kiezen gedurende het jaar een schatting af te dragen en daarna af te rekenen.

Hoeveel kost het?

De som is simpel en juist daarom hard.

CataloguswaardePer jaarOver drie jaar
€ 30.000€ 3.600€ 10.800
€ 40.000€ 4.800€ 14.400
€ 50.000€ 6.000€ 18.000
€ 60.000€ 7.200€ 21.600

12 procent van de cataloguswaarde per jaar, voor rekening van de werkgever.

Waarom de gebruikte fossiele auto het hardst wordt geraakt

Hier zit het punt dat in vrijwel geen enkele uitleg terugkomt. De grondslag is de cataloguswaarde, de oorspronkelijke Nederlandse nieuwprijs zoals die bij de RDW staat geregistreerd. Niet de dagwaarde. Niet wat de werkgever ervoor betaald heeft. De nieuwprijs van toen.

Voor een nieuwe auto is dat logisch. Voor een gebruikte auto is het dat allerminst. Het ministerie van Financiën rekent in zijn eigen stukken met een afschrijvingscurve waarin een auto van 40.000 euro na acht jaar nog ongeveer 13.000 euro waard is. De heffing op diezelfde auto blijft 4.800 euro per jaar.

Over drie jaar kost de heffing op die auto 14.400 euro. De auto zelf is dan ongeveer 13.000 euro waard. De belasting is meer waard dan de auto.

Alleen auto's van ouder dan 25 jaar ontsnappen daaraan: daarvoor geldt de waarde in het economische verkeer als grondslag. Tussen die twee uitersten zit de hele markt van gebruikte auto's van de zaak en die wordt met deze maatregel praktisch onmogelijk.

Welke uitzonderingen komen erbij?

Dit is wat er op Prinsjesdag veranderde. In juni kondigde het kabinet verzachtingen aan na kritiek van BOVAG en negentien andere brancheorganisaties. Die zijn nu uitgewerkt in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027. Ze zijn er dus, maar met randen die de aankondiging niet had.

UitzonderingZoals aangekondigd (juni)Zoals voorgesteld (september)
Vervangend vervoeruitzondering bij schade en onderhoudmaximaal 14 kalenderdagen; vanaf dag 15 vervalt de uitzondering en is de héle kalendermaand verschuldigd
Kort gebruik7 dagen per jaar vrijéén aaneengesloten periode van maximaal 7 dagen per auto per kalenderjaar en alleen tot en met 2030
Lesauto'suitzondering voor lesauto'salleen hándgeschakelde lesauto's; automaten vallen eronder
Overgangsrechtverlengen tot 1 januari 2031verlengd tot en met 31 december 2030, dus heffing vanaf 1 januari 2031
Internationaalniet genoemdvalt het heffingsrecht over het loon deels aan een ander land toe, dan mag dezelfde verdeling op de heffing worden toegepast

Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027, ingediend op 15 september 2026.

Bij die zevendagenregeling zit een valkuil die makkelijk over het hoofd wordt gezien. De uitzondering geldt alleen als de auto die vervangen wordt zélf in de bijtelling valt. Rijdt een werknemer normaal niet privé in de auto van de zaak, bijvoorbeeld omdat hij onder de 500 kilometer blijft, dan mag hij dat met de vervangende auto ook niet. Doet hij het toch, dan is de heffing er vanaf dag één. De uitzondering is dus juist niet bedoeld voor de zuinigste rijder.

En bij vervangend vervoer geldt: één dag te lang in dezelfde leenauto en de hele kalendermaand waarin dag vijftien valt wordt belast. Wie de auto op tijd omwisselt, houdt de uitzondering.

Ik rijd al een auto van voor 2027. Wat betekent dit voor mij?

Dat is de vraag die de meeste leaserijders hebben en het antwoord is geruststellender dan je zou denken. Voor nu.

Er is overgangsrecht. Een fossiele auto die vóór 1 januari 2027 al door dezelfde werkgever ter beschikking was gesteld, valt er voorlopig buiten. Die vrijstelling liep tot 17 september 2030 en wordt in het wetsvoorstel verlengd tot en met 31 december 2030. Vanaf 1 januari 2031 kan de heffing ook voor die auto's gaan gelden.

Vier dingen zijn daarbij belangrijk en ze zijn preciezer dan ze in juni klonken:

  • Het overgangsrecht hangt aan de auto en aan het loonheffingennummer, niet aan jou. Loopt het leasecontract af en komt er een andere auto, dan valt die nieuwe auto er direct onder. Gaat dezelfde auto naar een andere collega bij dezelfde inhoudingsplichtige, dan blijft het overgangsrecht gewoon staan.
  • Wissel je van werkgever, dan vervalt het. Ook binnen een concern, zodra het om een ander loonheffingennummer gaat. Bij een fusie of overname blijft het overgangsrecht wél behouden, omdat de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude.
  • Een tijdelijke onderbreking is niet fataal. Volgens de memorie van toelichting beëindigt het even niet ter beschikking stellen van de auto het overgangsrecht niet.
  • Er komt een klif. Op 1 januari 2031 is de auto inmiddels vijf tot tien jaar oud, maar de heffing wordt berekend over de nieuwprijs van destijds. Een werkgever die niets doet, krijgt van de ene op de andere dag een rekening van duizenden euro's per auto per jaar.

Rijd je dus in een benzineauto uit 2024, dan verandert er tot 2031 niets. Maar de kans dat je die auto tot dan houdt is klein en de auto die erna komt valt er wel onder.

Wat merkt de werknemer ervan?

Formeel niets. De werkgever mag de heffing niet doorberekenen, niet via de bijtelling, niet via het leasebudget, niet via een omweg.

In de praktijk merkt de werknemer er alles van, alleen langs een andere route. Een werkgever kan de heffing niet doorschuiven, maar kan wel besluiten om fossiele auto's simpelweg niet meer aan te bieden. Of om het normleasebedrag te verlagen, of om over te stappen op een mobiliteitsbudget. De keuzelijst wordt korter en dat is geen doorberekening maar wel een gevolg.

Geldt dit ook voor de dga en de zzp'er?

Hier lopen twee groepen uiteen die vaak op één hoop worden gegooid.

Een zzp'er of IB-ondernemer heeft geen werkgever en is zelf niet inhoudingsplichtig. Die valt buiten de pseudo-eindheffing. Het ministerie noemt dat in zijn eigen doorrekening expliciet als kenmerk van deze groep.

Een dga is wel in loondienst, namelijk bij zijn eigen bv. Die bv is inhoudingsplichtig en betaalt dus gewoon. Voor de directeur-grootaandeelhouder met een fossiele auto uit de zaak is dit een van de duurste maatregelen van de komende jaren.

Wel is de tweede klap voor die groep op Prinsjesdag zachter geworden. De youngtimerregeling zou per 2027 pas vanaf 25 jaar gelden; dat wordt 17 jaar per 1 januari 2027 en 20 jaar per 1 januari 2028. De overgangsregeling voor youngtimers die in 2025 al ter beschikking waren gesteld loopt door tot en met 2027. Van de ongeveer 75.000 youngtimers staat twee derde bij een dga en een derde bij een zzp'er.

Wat blijft er over als betaalbare auto van de zaak?

Zet de opties naast elkaar voor 2027 en er blijft er eigenlijk één over. Ter illustratie een paar auto's uit onze eigen catalogus, met hun oorspronkelijke catalogusprijs.

AutoCatalogusprijsBijtelling werknemer (netto, 2027)Heffing werkgever
Peugeot e-208 GT (2020), elektrisch€ 34.900€ 3.504€ 0
Fossiele auto van dezelfde nieuwprijs€ 34.900€ 3.801€ 4.188
Tesla Model 3 RWD (2021), elektrisch€ 42.993€ 4.385€ 0
Fossiele auto van dezelfde nieuwprijs€ 42.993€ 4.682€ 5.159

Bijtelling 2027: 20 procent over de eerste 30.000 euro cataloguswaarde voor elektrisch, 22 procent daarboven en voor fossiel. Netto berekend tegen 49,5 procent inkomstenbelasting, dezelfde aanname als het ministerie hanteert. Catalogusprijzen uit de e-Automarkt-catalogus.

Voor de werknemer scheelt het een paar honderd euro per jaar. Voor de werkgever scheelt het vier- tot vijfduizend euro per auto per jaar. En de werkgever bepaalt wat er op de keuzelijst staat.

En daarna? De afbouw loopt door

2027 is niet het eindpunt. In de Miljoenennota staan de jaartallen waarop de resterende EV-voordelen aflopen en ze liggen dichterbij dan veel mensen denken.

  • 2027 is het laatste jaar met bijtellingskorting op elektrisch. Die korting is nu nog 2 procentpunt, waardoor de bijtelling op een EV uitkomt op 20 procent over de eerste 30.000 euro. Vanaf 2028 geldt 22 procent, net als voor fossiel.
  • De mrb-korting voor emissievrije personenauto's loopt tot en met 2029. In de begroting staat er voor 2030 en 2031 niets meer gereserveerd.
  • De e-timerregeling moet het gat vullen. Het kabinet kondigde op Prinsjesdag een verlaagd bijtellingstarief van 14 procent aan voor elektrische auto's van vijf tot acht jaar oud, maar volgens de toelichting pas vanaf 2029 en alleen tot en met 2032. Wat die regeling precies inhoudt, hebben wij apart uitgezocht in ons artikel over de e-timerregeling.

De optelsom voor 2028 wordt dan: een gebruikte elektrische auto kost de werknemer 22 procent bijtelling en de werkgever niets aan heffing. Een gebruikte fossiele auto kost 22 procent bijtelling én 12 procent van een nieuwprijs die allang niet meer bestaat. Vanaf 2029 kan daar voor de EV van vijf tot acht jaar oud 14 procent voor in de plaats komen.

Er staat ook iets tegenover, voor particulieren

Eén maatregel uit de Prinsjesdagstukken is vrijwel onopgemerkt gebleven en raakt juist de particuliere koper. Het kabinet trekt 52,4 miljoen euro uit voor een inruilregeling voor oude fossiele brandstofauto's: een vervangingspremie voor huishoudens die een oude auto (emissieklasse euro-1 tot en met euro-4) laten slopen en daarvoor een tweedehands elektrische auto terugkopen.

Het doel staat er onomwonden bij: de tweedehandsmarkt voor elektrische auto's stimuleren en elektrisch rijden toegankelijk maken voor lagere inkomensgroepen. Uit een Kamerbrief van mei 2026 blijkt dat de premie alleen aan een tweedehands EV besteed mag worden, dat de regeling op de lagere en middeninkomens wordt toegespitst en dat een vorm van social leasing wordt onderzocht. De eerste uitbetalingen staan gepland voor begin 2027. Het premiebedrag en de voorwaarden staan nog niet vast; het Formule E-team adviseerde ongeveer 2.000 euro per auto. Wat die regeling betekent voor de tweedehandsmarkt, houden wij bij in ons artikel over de e-timerregeling.

Wat nog niet vaststaat

De heffing zelf is eind 2025 aangenomen en gaat op 1 januari 2027 in. Daar is geen discussie over. Het tarief van 12 procent, de grondslag en de regel dat woon-werkverkeer als privégebruik telt staan in de wet.

De uitzonderingen niet. Die zitten in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 en moeten nog door de Tweede en de Eerste Kamer. Dat geldt ook voor de verlenging van het overgangsrecht tot en met 2030. Tot die stemmingen achter de rug zijn, is de wet die geldt nog de oude: overgangsrecht tot 17 september 2030 en geen uitzondering voor leenauto's, kort gebruik of lesauto's.

Wij werken dit artikel bij zodra er gestemd is.

Bronnen

  • Rijksoverheid, stukken pakket Belastingplan 2027, 15 september 2026, waaronder het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027.
  • Miljoenennota 2027 en de begroting van Financiën 2027, voor de geplande evaluatie van de pseudo-eindheffing en de aflooptermijnen van de EV-regelingen.
  • Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2027 en het Klimaat- en energiefonds 2027, voor de inruilregeling oude fossiele brandstofauto's.
  • Staatssecretaris van Financiën, Kamerbrief stand van zaken toezeggingen autobelastingen, 22 juni 2026, met de aangekondigde aanpassingen en de doorrekening.
  • Uitwerking van het wetsvoorstel door PwC en het BOVAG-dossier pseudo-eindheffing.
  • Eigen berekening op de e-Automarkt-catalogus, tegen de bijtellingspercentages voor 2027 en 2028.

Dit artikel is geen fiscaal advies. Voor de gevolgen in jouw situatie is je salarisadministrateur of adviseur de aangewezen persoon.