De aanklacht: opzettelijke marktexit onder het mom van regelgeving
Polestar kondigde onlangs aan de Amerikaanse markt te verlaten vanwege de Connected Vehicle Rule, een overheidsmaatregel die auto's met software uit China en Rusland verbiedt. Die uitleg stond echter meteen ter discussie: zustermerk Volvo, eveneens in handen van het Chinese Geely, ontving wel een speciale vergunning van het Amerikaanse ministerie van Handel om verbonden auto's te blijven verkopen. Nu spant Polestar-dealer Prestige Imports uit New Jersey een rechtszaak aan waarin wordt gesteld dat Polestar het vertrek al twee jaar van tevoren had gepland en de overheidsregel als dekmantel gebruikte.
Volgens Automotive News klaagt Prestige Imports Polestar aan voor schending van de Franchise Practices Act van New Jersey. Die wetgeving stelt dat een fabrikant een dealerschap alleen mag beëindigen bij een concrete overtreding van de overeenkomst, met minimaal 60 dagen voorafgaande kennisgeving en aanwijsbare 'goede reden'. De dealer stelt dat Polestar aan geen van deze voorwaarden heeft voldaan.
Verschillende keuzes: Volvo vroeg hulp, Polestar niet
De kern van het geschil zit in de vraag of Polestar werkelijk gedwongen werd te vertrekken, of dat het bedrijf de uitweg bewust niet heeft geblokkeerd. Volvo moest volgens bronnen een uitgebreide lijst van eisen invullen om in de VS te blijven opereren — denk aan aanvullende veiligheidsgaranties en transparantie over software- en datastromen — maar toonde bereidheid te voldoen. Polestar zou die moeite niet hebben genomen.
De Amerikaanse senator Bernie Moreno (Republikein, Ohio) liet zich in juli bij CBT News onomwonden uit: 'Polestar heeft zichzelf genaaid, niet de Amerikaanse overheid.' Hij wees erop dat Volvo de zware eisen accepteerde, terwijl Polestar 'het als handig excuus gebruikte'. Moreno beweert bovendien dat Polestar in de VS tot 35.000 dollar per auto verlies draaide — een cijfer dat, mocht het kloppen, de financiële druk om te vertrekken aanzienlijk verklaart.
Ook van Zweedse zijde komt bevestiging dat Polestar niet dezelfde inspanning leverde als Volvo. Benjamin Dousa, Zweeds minister voor Buitenlandse Handel, verklaarde dat hij persoonlijk intensief betrokken was bij het Volvo-dossier, inclusief een reis naar Washington met CEO Hakan Samuelsson. 'Maar Polestar heeft niet om hulp gevraagd,' aldus Dousa tegen Automotive News. Bovendien heeft Polestar geen beroep aangetekend tegen het Amerikaanse verbod — een omissie die de verdenking van voorbedachtheid versterkt.
Dealers gedupeerd: investeringen terwijl het vertrek al vaststond
Voor de getroffen dealers is de situatie extra wrang. De rechtszaak stelt dat Polestar hen structureel bleef aansporen tot investeringen, ondanks het al genomen besluit om de markt te verlaten. Zo zou het merk in februari 2026 nog een meerjarige uitbreiding zijn overeengekomen met dealers. Dat tijdstip valt op: het ligt maanden na het vermeende besluit om de VS te verlaten, maar maanden vóór de publieke aankondiging.
Dit patroon — investeringen vragen terwijl de uitgang al gepland is — doet denken aan eerdere gevallen waarin autofabrikanten dealers in onzekerheid lieten over hun toekomst. Voor een relatief jong merk als Polestar, dat in de VS al kampte met beperkte naamsbekendheid en een smalle modellenlijn, was het dealernetwerk cruciaal voor elke verdere schaalvergroting. Dat hetzelfde netwerk nu als collateral damage achterblijft, raakt de geloofwaardigheid van het merk bij toekomstige markten.
Wat betekent dit voor Polestar in Europa?
De Amerikaanse terugtrekking laat een merk achter dat zich volledig op Europa en Azië richt. Polestar verkocht in de VS nooit grote volumes; de focus lag er vooral op de Polestar 2 als Tesla-alternatief en de naderende introductie van de Polestar 3 en Polestar 4. De Europese markt, waar Polestar zijn wortels heeft als Zweeds-Chinees merk, blijft daarmee het primaire strijdtoneel.
Voor Nederlandse kopers verandert er direct niets: de Polestar 2, 3 en 4 blijven gewoon leverbaar, en het dealernetwerk van Pon als importeur is onafhankelijk van de Amerikaanse operatie. Wel is het signaal uit de rechtszaak storend voor een merk dat zich positioneert als transparant en design-driven. Als de beschuldigingen kloppen, heeft Polestar bewust de communicatie met zijn partners gemanipuleerd om een ongunstig financieel besluit te maskeren — niet bepaald het gedrag van een 'opstandig' merk dat zich tegen de gevestigde orde keert.
De uitkomst van de rechtszaak in New Jersey kan schadevergoedingen opleveren voor Prestige Imports, maar de reputatieschade voor Polestar is moeilijker in geld uit te drukken. Voor een EV-merk dat in Europa concurreert met Tesla, BMW, Mercedes en een groeiend aanbod Chinese merken, is vertrouwen van dealers en kopers even waardevol als de accucapaciteit op papier.