EVgo kiest voor Tesla-hardware in plaats van eigen ontwikkeling

De Amerikaanse laadinfrastructuuraanbieder EVgo heeft een opmerkelijke strategische keuze gemaakt: het bedrijf plaatst honderden Tesla V4 Superchargers op zijn eigen locaties door heel de Verenigde Staten. Deze beslissing markeert een breuk met het gangbare patroon, waarbij laadnetwerken doorgaans hardware van verschillende leveranciers combineren of zelf ontwikkelen. Door volledig in te zetten op Teslas nieuwste laadpaalgeneratie positioneert EVgo zich duidelijk in het kamp van de NACS-standaard die in Noord-Amerika snel aan terrein wint.

De stations zullen wel onder het EVgo-merk blijven opereren, niet als officiële Tesla Supercharger-locaties. Toch krijgen ze een prominente plek in het Tesla-ecosysteem: ze verschijnen rechtstreeks in de navigatie van Tesla-voertuigen. Dat is een cruciaal voordeel, aangezien Tesla-rijders zelden externe apps of kaarten raadplegen voor routeplanning.

Dubbele aansluiting als concurrentievoordeel

Een opvallend kenmerk van de nieuwe EVgo-stations is de dubbele ondersteuning voor zowel NACS als CCS. Waar Tesla sinds begin 2024 zijn Superchargers in de VS geleidelijk opent voor andere merken, en Ford, GM, Rivian en anderen de NACS-poort overnemen, ontstaat er een overgangsperiode met twee concurrerende standaarden. EVgo speelt hier handig op in door beide systemen tegelijk aan te bieden.

Voor Tesla-rijders betekent dit toegang tot extra laadcapaciteit zonder adapters. Voor eigenaren van Hyundai, Kia, BMW, Mercedes en andere merken met CCS-aansluiting blijft EVgo eveneens een optie — al moeten zij wel controleren of hun specifieke model de nieuwste V4-palen ondersteunt. De V4 Supercharger, die Tesla sinds 2023 uitrolt in Europa en vanaf 2024 in grotere getale in de VS verschijnt, levert theoretisch tot 350 kW laadvermogen, al houdt Tesla concrete specificaties vaak gedeeltelijk achter de hand.

Context: de NACS-overname versnelt

Deze samenwerking past in een bredere verschuiving op de Amerikaanse markt. Sinds Tesla in november 2022 de NACS-standaard opende, hebben vrijwel alle grote autofabrikanten aangekondigd deze over te nemen. Het laadnetwerk Electrify America, eigendom van Volkswagen Group, kondigde eerder al aan NACS-connectoren toe te voegen. ChargePoint en EVgo volgden. Wat EVgo nu doet — volledige Tesla-hardware adopteren — gaat echter een stap verder dan alleen een connectortype toevoegen.

Voor Tesla biedt het deal extra inkomsten uit hardwareverkoop en versterkt het de dominantie van het Supercharger-ecosysteem. Het bedrijf loopt in de VS ver voor op concurrenten: met ruim 50.000 Superchargers wereldwijd en circa 20.000 in de VS alleen, heeft Tesla het grootste snellaadnetwerk. Door ook derden zijn hardware te laten installeren, groeit die dekking verder zonder dat Tesla zelf elke locatie hoeft te ontwikkelen.

Wat betekent dit voor Europese EV-rijders?

Directe gevolgen voor de Nederlandse of Europese markt zijn er niet, maar de ontwikkeling is wel illustratief. In Europa gebruikt Tesla de CCS2-standaard al jaren, waardoor de connectorstrijd hier minder scherp is. Toch opent Tesla ook hier zijn Superchargers voor andere merken sinds 2022. Het verschil: Europese laadnetwerken als Fastned, IONITY en Shell Recharge bouwen voornamelijk op hardware van ABB, Siemens of Tritium, niet op Tesla-palen.

De EVgo-keuze roept de vraag op of Tesla in Europa ooit soortgelijke deals zou sluiten. Gezien de gevestigde infrastructuur en de uniforme CCS2-standaard lijkt dat op korte termijn onwaarschijnlijk. Wel toont het aan hoe de Amerikaanse markt versnipperd raakt en vervolgens weer consolideert rond één dominante speler — een dynamiek die Europa tot dusver grotendeels bespaard is gebleven.