De beloofde 29 minuten? Ruim voorbij in de praktijk

De Rivian R2 is sinds kort in handen van Amerikaanse klanten en de eerste onafhankelijke tests verschijnen. YouTuber Tom Moloughney van het kanaal State of Charge legde het elektrische avontuurvoertuig aan de laadpaal. Zijn bevinding: de R2 laadt van 10 naar 80 procent in 26 minuten en 51 seconden — ruim twee minuten sneller dan de 29 minuten die Rivian officieel communiceert.

Dat is opvallend, want fabrikanten hanteren doorgaans optimale omstandigheden in hun specificaties. Dat de R2 in het wild nog eens een schepje bovenop doet, suggereert dat Rivian conservatief heeft ingeschat of dat er marges in het thermische managementsysteem zitten die pas bij dagelijks gebruik zichtbaar worden.

Hoe de laadcurve eruitziet in de praktijk

Moloughneys metingen onthullen een karakteristieke laadcurve die snel op temperatuur komt. Binnen 38 seconden na aansluiten zit de R2 al boven de 200 kilowatt. Het piekvermogen van 226 kW bereikt hij bij 31 procent laadtoestand — een relatief laag percentage, wat gunstig is voor wie snel wat actieradius wil tanken.

De daling daarna verloopt geleidelijk. Na tien minuten staat de teller op 45 procent met nog 171 kW aan laadvermogen. Moloughney becijfert dat dit goed is voor zo'n 160 kilometer snelweg in gematigde omstandigheden. Na een kwartier zit de R2 op 60 procent (135 kW), en na twintig minuten op 70 procent (116 kW). Bij de 80-procentgrens is het vermogen teruggevallen naar 68 kW.

In termen van praktische actieradius — gebaseerd op zijn eigen 70 mph-verbruikstest — levert dit op: 80 kilometer in vijf minuten, 160 kilometer in elf minuten, en 240 kilometer in negentien minuten.

Waarom amperage de verborgen sleutel is

Hier wordt het interessant voor de technisch geïnteresseerde R2-rijder. Moloughney ontdekte dat het maximale laadtempo slechts haalbaar is als je let op amperage, niet alleen op kilowatts. De R2 kan meer dan 600 ampère aan, maar de meeste snelladers spuiten dat niet uit.

De Alpitronic-laders die Walmart en het Ionna-netwerk gebruiken, kunnen dat wel. Ook de ABB A400-eenheid die Moloughney testte, levert 600 ampère — maar alleen via de CCS-aansluiting, niet via de native NACS-plug waar de R2 mee is uitgerust. Zijn oplossing: een CCS-adapter (goed voor 500 ampère) gebruiken om toch de volle stroom te kunnen trekken.

Dit is een relevant detail voor de Amerikaanse markt, waar NACS de nieuwe standaard wordt maar het laadnetwerk nog in overgang is. Voor Europese kopers is het een voorbode: de laadinfrastructuur moet meegroeien met wat het voertuig aankan. Een 400V-architectuur met hoge amperage kan in de praktijk vergelijkbare resultaten opleveren als een 800V-systeem met lagere stroom — mits de palen meewerken.

Goed genoeg, maar geen klasseleider

Moloughney relativeert de prestaties. De R2 doet wat een Tesla Model Y ook doet, maar moet het afleggen tegen echte 800V-krachtpatsers als de Hyundai Ioniq 5. Die laadt in vergelijkbare omstandigheden een stuk sneller bij, dankzij hogere voltage en efficiëntere energieoverdracht.

Toch is er weinig reden tot klagen. De R2 is geen sportieve sedan maar een avontuurlijke SUV met offroad-capaciteiten. Dat hij in een halfuur genoeg actieradius heeft voor een paar uur snelweg, maakt hem tot een capabele reisgenoot. Voor wie de twee minuten extra wil winnen: neem die adapter mee en zoek de juiste lader.

Op zoek naar een elektrische SUV met ruimte én laadvermogen? Bekijk het actuele aanbod elektrische auto's op e-automarkt.nl en vergelijk zelf.