Superb op de schopstoel bij grootschalige VW Group-besparingen
De Škoda Superb staat op het punt om het slachtoffer te worden van de Volkswagen Group's agressieve modeloffensief. Topman Klaus Zellmer bevestigt dat het merk serieus nadenkt over het uitfaseren van zijn vlaggenschip. De reden is tweeledig: de wereldwijde vraag naar sedans en stationwagens krimpt gestaag, en moederconcern Volkswagen Group wil tegen 2035 maar liefst de helft van alle modellen uit het portfolio schrappen.
De Superb, sinds 2001 op de markt en nu in zijn vierde generatie, deelt dit lot mogelijk met de Octavia. Dat model is sinds 1996 een hoeksteen van het Tsjechische merk en domineert zijn segment sinds 2016. Toch lijkt ook deze institutionele naam op de tocht te staan, al dan niet in huidige vorm.
Vision O als elektrische redder in nood?
Centraal in de strategische heroverweging staat het Vision O-concept dat Škoda onlangs presenteerde. Deze elektrische studie, gebaseerd op het nieuwe Volkswagen Group SSP-platform (dat ook de volgende Volkswagen Golf ondersteunt), positioneert zich qua afmetingen precies tussen de huidige Octavia en Superb in. Dat biedt ruimte voor speculatie: zou één enkel model beide segmenten kunnen bedienen?
Zellmer formuleert het diplomatiek: "De grote vraag is: sedans, limousines en combi's volgen een dalende lijn. Het SSP-platform biedt flexibiliteit om tot Superb-afmetingen door te schalen. We onderzoeken of we nog het volledige scala nodig hebben, of dat we slim beide segmenten en doelgroepen kunnen bedienen."
Het SSP-platform moet tegen het einde van dit decennium in productie zijn. De Vision O zou dan ook pas rond 2029-2030 als productiemodel verschijnen. Opvallend: ondanks de elektrische presentatie overweegt Škoda ook een range-extender-variant, een technologie die steeds meer fabrikanten omarmen als brugoplossing.
VW Group herschikt het schaakbord
De portfolio-verkleining bij Volkswagen Group werkt anders dan voorheen. Waar merken vroeger zelfstandig hun gamma bepaalden, wordt nu het gezamenlijke portfolio centraal gestuurd. Elk merk krijgt zo zijn eigen 'segmenten' toegewezen, om interne concurrentie te vermijden.
Voorbeelden van deze nieuwe aanpak zijn al zichtbaar:
- Alleen Volkswagen ontwikkelt een elektrische stadswagen (gebaseerd op het Every1-concept) op de instapversie van het MEB-platform
- De Škoda Peaq is uitgeroepen tot de enige mainstream elektrische zevenzits-SUV binnen de hele groep
- Škoda zoekt nog naar opties voor een elektrische Fabia, maar moet daarbij rekening houden met groepsafspraken
Zellmer benadrukt het groepsbelang: "We zorgen dat onze marktpositie groot blijft, zonder elkaars voeten te treden. Deze portfolio-beslissingen kunnen verrassend overkomen vanuit één merk, maar vanuit groepsperspectief zijn ze logisch."
Vertraagde EV-markt verlengt leven verbrandingsmotoren
De terughoudendheid van kopers bij elektrische auto's heeft een interessant neveneffect. Waar de Vision O oorspronkelijk de Octavia zou vervangen, overweegt Škoda nu om de levensduur van bestaande verbrandingsmodellen te verlengen. Zellmer erkent dat de transitie naar volledig elektrisch niet vanzelfsprekend is: "Het eindspel is elektrisch, daar is geen twijfel over. Maar of dat natuurlijk verloopt tegen 2035? Dat zullen we ontdekken."
De cijfers rechtvaardigen deze voorzichtigheid. Škoda verkocht in 30 jaar meer dan 7 miljoen Octavia's en ruim 1,6 miljoen Superb's. Met een recordmarge van 8,5% in de eerste helft van dit jaar is het bovendien een van de winstgevendste merken binnen Volkswagen Group. Zellmer waarschuwt echter dat dit geen vrijbrief is: "Het is als sport: stop je met trainen en letten op je dieet, dan verlies je."
Voor Nederlandse lease-rijders en gezinnen die de Superb waarderen om zijn ruimte en degelijkheid, betekent dit nieuws dat het huidige model mogelijk langer beschikbaar blijft dan gepland. Wie echter wacht op een directe elektrische opvolger met vergelijkbare afmetingen, zal mogelijk moeten kiezen voor de grotere Vision O of uitwijken naar andere merken binnen de Volkswagen Group.