Dongfeng stapt de megawatt-arena in
De Chinese laadmarkt krijgt er een serieuze speler bij. Dongfeng, het staatsbedrijf achter merken als Voyah en Aeolus, heeft zijn eerste eigen megawattlader gepresenteerd. Met een piekvermogen van 1.500 kW komt het direct op gelijke hoogte met BYD's veelbesproken Flash Chargers — die laatste claimen tot nu toe de kroon in het ultraladen.
Wat opvalt: Dongfeng ontwikkelde de lader volledig in eigen huis. Dat is geen vanzelfsprekendheid in een industrie waar veel fabrikanten leunen op externe partijen zoals ABB of Tritium. De boodschap is duidelijk: Dongfeng wil de hele waardeketen beheersen, van cel tot stekker.
Technische specificaties en flexibiliteit
De specificaties van Dongfengs vlaggenschiplader zijn indrukwekkend. Het apparaat levert maximaal 1.500 ampère bij 1.000 volt, goed voor die bewuste 1,5 MW-piek. Opvallend is het enorme spanningsbereik: de lader schaalt terug tot slechts 150 volt. Dat maakt hem compatibel met vrijwel elke elektrische auto op de markt, van goedkope stadsflitsers tot premium sedans met 800V-architectuur.
Het rendement komt uit op 96,7 procent. Dat is concurrerend, al blijft er bij deze vermogens altijd aanzienlijke warmteontwikkeling die de koeling en kabeldikte beïnvloedt. De lader beschikt over twee kabels, maar het vermogen wordt automatisch verdeeld wanneer twee voertuigen tegelijk laden. In de praktijk betekent dat: wie alleen staat, krijgt het volledige vermogen; wie deelt, moet geduldiger zijn.
Dongfeng maakte geen concrete laadtijden bekend voor eigen modellen. Dat is opmerkelijk, want juist BYD's marketing draait op die cijfers: vijf minuten voor een aanzienlijke bereikbijvulling. De werkelijke snelheid hangt echter altijd af van het batterijpakket — een 150 kWh-blok met 6C-laadcapaciteit profiteert maximaal, een kleinere 60 kWh-cel met 2C-remming hakt er minder van mee.
2,4 MW in de pijplijn: de volgende generatie
Dongfeng kijkt al verder dan deze eerste generatie. Volgens CNEVPost werkt het bedrijf aan stations met ingebouwde batterijopslag, vergelijkbaar met Tesla's Megapack-gekoppelde Superchargers of de bufferoplossingen van Fastned. De vermogens lopen uiteen van 720 kW tot 2,4 MW — dat laatste is 60 procent meer dan de huidige piek en nadert het domein van elektrisch vrachtverkeer.
Deze opslagintegratie is geen luxe maar noodzaak. Bij 1,5 MW trekt een enkele lader meer dan een doorsnee woonwijk; de netaansluiting wordt al snel de bottleneck. Een bufferbatterij 's nachts laden tegen lage tarieven en overdag razendsnel ontladen naar auto's — dat is het model dat de komende jaren standaard wordt.
De huidige lader scoort overigens een Level 1-label onder China's nieuwe nationale energie-efficiëntienorm. Dat is een kwaliteitsstempel dat mogelijk verplicht wordt voor subsidie of toegang tot bepaalde locaties.
Context: de Chinese laadoorlog versnelt
Dongfeng is geen geïsoleerd geval. De concurrentie in megawattladen explodeert in China. BYD heeft al 5.000 Flash Charging-stations gebouwd — een infrastructuurvoorsprong die andere merken dwingt te reageren. Hongqi toonde onlangs een experimentele cel die 10-80 procent in onder vier minuten haalt. CATL's derde generatie Shenxing LFP-batterij doet daar nog een schepje bovenop: 10-98 procent in 6,5 minuten.
Voor Europese consumenten blijft dit grotendeels abstract. Onze netten zijn minder robuust, onze vergunningstrajecten trager. Toch is de technologische druk onmiskenbaar. Wie in 2026-2027 een Chinese EV koopt — en steeds meer merken komen officieel naar Europa — profiteert van deze laadprestaties. De vraag is niet óf, maar wanneer onze eigen netbeheerders en laadoperators deze vermogens kunnen faciliteren.
Dongfengs strategie past in een breder patroon: Chinese staatsbedrijven investeren massaal in verticale integratie. Niet voor niets produceert het bedrijf ook eigen batterijen via joint ventures. De lader is het laatste schakel in een keten die steeds meer gesloten wordt — met alle schaalvoordelen en lock-in-risico's van dien.

