Leapmotor International: hoe de samenwerking is opgebouwd
De alliantie tussen Stellantis en het Chinese Leapmotor is geen eenvoudige leveranciersrelatie, maar een diepgaande joint venture met een specifieke structuur. Samen richtten beide partijen Leapmotor International (LPMI) op, waarin Stellantis 51 procent van de aandelen houdt en Leapmotor 49 procent. Wat begon als een Europees initiatief, breidde zich in rap tempo uit naar Zuid-Amerika, Azië-Pacific, het Midden-Oosten, Afrika en Mexico.
De eerste resultaten zijn bemoedigend. Binnen achttien maanden wist Leapmotor meer dan 40.000 exemplaren van de T03 en C10 te verkopen — opmerkelijk voor een merk dat voor Europese consumenten vrijwel onbekend was. Dit succes overtuigde Stellantis ervan dat de samenwerking verder uitgebouwd moet worden.
Opel C-SUV: Leapmotor-hardware onder Duitse vlag
De concrete vertaling van deze strategie komt in de vorm van een nieuw Opel-model. Stellantis bevestigt dat een elektrische C-SUV van Opel wordt voorzien van Leapmotor-componenten. Waar dit model precies in het gamma past, is nog onduidelijk — het concern noemt de Frontera, Mokka en Grandland als referentiekader, maar geeft geen exacte positionering. De verwachte marktintroductie staat gepland voor 2028.
Het gebruik van Chinese onderdelen dient twee doelen: de productiekosten omlaag brengen voor Europese kopers én het ontwikkel- en bouwproces versnellen. In een markt waar prijsconcurrentie van Chinese merken als BYD, MG en NIO toenemt drukt, is dit een directe reactie op de druk op marges bij Europese fabrikanten.
Van import naar Europese productie
Stellantis heeft grotere ambities met Leapmotor dan alleen componenten delen. Het plan is om van Leapmotor een volwaardig Europees merk te maken. Daarvoor moet de productie naar Europa verhuizen. De Stellantis-fabriek in Figueruelas, Zaragoza — waar nu de Peugeot 208 en Lancia Ypsilon van de band rollen — moet op termijn ook de Leapmotor B10 en de nieuwe Opel met Leapmotor-techniek gaan produceren.
Een stap verder zou zelfs een volledige transformatie van de Madridse fabriek kunnen betekenen. Daar maakt Citroën momenteel de C4, maar dit model verdwijnt uit het gamma. Als deze locatie volledig aan Leapmotor wordt toegewezen, voldoet het merk aan de 'Made in Europe'-regels. Dat is cruciaal: alleen dan komt Leapmotor in aanmerking voor de fiscale voordelen en subsidies die de Europese Unie hanteert voor kleine elektrische auto's — een segment waar de prijsstelling extra gevoelig is voor overheidssteun.
Wat betekent dit voor de EV-markt?
Deze ontwikkeling illustreert een bredere verschuiving in de Europese auto-industrie. Terwijl merken als Volkswagen en Renault worstelen met de kostprijs van hun eigen EV-platformen, kiest Stellantis bewust voor een hybride strategie: eigen merkidentiteit en distributie combineren met Chinese kostenefficiëntie op technisch vlak.
Voor consumenten kan dit gunstig uitpakken. De Leapmotor T03 — een stadselektrische auto die in Nederland al beschikbaar is — onderbiedt vergelijkbare Europese modellen fors op prijs. Als deze kostenstructuur doorwerkt in een grotere Opel C-SUV, ontstaat er een interessant alternatief in het compacte SUV-segment, waar momenteel de Hyundai Kona Electric, Kia Niro EV en Peugeot E-2008 om de gunst van kopers strijden.
De vraag is wel hoe het merk Leapmotor zelf in Europa gepositioneerd wordt. Met 40.000 verkochte auto's in anderhalf jaar is het nog een nichespeler. De verschuiving naar Spaanse productie kan het merk legitimiteit geven bij kopers die terughoudend zijn tegenover Chinese import — een sentiment dat in sommige Europese landen sterk leeft.
Op zoek naar een betaalbare elektrische auto? Op e-automarkt.nl vind je het actuele aanbod van nieuwe en gebruikte EV's, inclusief modellen van Opel en andere Stellantis-merken.



