De harde cijfers: PHEV's worden vies in plaats van schoner

Een nieuwe analyse van Transport & Environment (T&E), gebaseerd op data van 220.000 plug-in hybrides in Europa, toont een zorgwekkende trend. De werkelijke CO₂-uitstoot van PHEV's steeg van 138 gCO₂/km in 2023 naar 145 gCO₂/km in 2024. Dat is een stijging van 5 procent in één jaar — terwijl laboratoriumtests juist een daling zouden moeten voorspellen.

Om perspectief te bieden: 145 gCO₂/km is slechts 14 procent lager dan het gemiddelde van conventionele fossiele auto's. De beloofde 'overgangs technologie' blijkt in de praktijk nauwelijks schoner dan een gewone benzineauto.

Dit is het derde opeenvolgende jaar dat T&E deze analyse uitvoert, en het patroon is duidelijk: de kloof tussen testwaarden en werkelijkheid wordt groter, niet kleiner. De huidige uitstoot is inmiddels zes keer hoger dan waar fabrikanten en toelatingsdocumenten mee aankomen.

Het 'utility factor'-probleem: waarom tests falen

De kern van het probleem ligt in hoe PHEV's worden getest. Omdat deze voertuigen twee aandrijflijnen hebben — een elektromotor en een verbrandingsmotor — moeten toetstinstanties inschatten hoe vaak bestuurders elektrisch rijden. Deze inschatting, het 'utility factor', blijkt structureel veel te rooskleurig.

De Europese Unie verplicht sinds enkele jaren het On Board Fuel Consumption Monitoring (OBFCM)-systeem. Dit registreert daadwerkelijk brandstofverbruik op de weg en maakt de vergelijking met labtests mogelijk. OBFCM was mede een reactie op Dieslegate, toen fabrikanten tests wisten te manipuleren. Nu blijkt dat zelfs deze real-time monitoring niet voorkomt dat PHEV's in de praktijk dramatisch meer verbruiken dan beloofd.

Zelfs wanneer PHEV's daadwerkelijk elektrisch rijden, verbruiken ze overigens drie keer meer benzine dan opgegeven — een detail dat vaak over het hoofd wordt gezien in discussies over 'zero emission'-modi.

Waarom bestuurders niet opladen — en waarom fabrikanten dat weten

De belangrijkste reden voor de hoge uitstoot is eenvoudig: PHEV-bezitters laden hun auto veel minder vaak op dan testprotocollen aannemen. Dit verschilt per land en per model, maar het patroon is overal consistent. De tests onderschatten systematisch het werkelijke verbruik.

De vraag rijst waarom fabrikanten hier geen verbetering in brengen. Het antwoord is even eenvoudig als cynisch: de huidige, te gunstige utility factors geven autofabrikanten onverdiende 'bonuspunten' voor hun gemiddelde vlootuitstoot. Een kleine accu met stekker aan een bestaande verbrandingsmotor levert meer CO₂-krediet op dan de reële milieuwinst rechtvaardigt.

De EU had deze utility factors willen bijstellen naar realistischere waarden. De autolobby lobbyt echter intensief om die aanpassing af te zwakken of uit te stellen. Dit vertraagt niet alleen de transitie naar volledig elektrisch, maar laat consumenten ook opdraaien voor hogere brandstofkosten dan verwacht.

China profiteert van Europese vertraging

Lucien Mathieu van T&E wijst op een bijkomend strategisch risico. "Plug-in hybrides zijn een van de grootste greenwashing-trucs van de auto-industrie — verkocht als groene oplossing, maar in de praktijk een zware milieurekening." Volgens Mathieu gebruiken Europese fabrikanten PHEV's als excuus om investeringen in volledig elektrische modellen uit te stellen.

Terwijl Europese merken kleine accu's op bestaande platforms plakken, lanceert de Chinese concurrentie in hoog tempo nieuwe volledig elektrische modellen. Die winnen snel marktaandeel in Europa. De verzwakking van utility factors zou, paradoxaal genoeg, de Europese auto-industrie kwetsbaarder maken in de globale EV-race in plaats van sterker.

De les van OBFCM is helder: real-time data onthult wat laboratoriumtests verbergen. Net als bij Dieslegate gaat het om werkelijke gezondheids- en klimaatschade, ongeacht wat er op papier staat. Voor de Nederlandse markt, waar PHEV's jarenlang fiscaal werden gestimuleerd als 'groene' keuze, betekent dit dat veel zakelijke rijders en leaseautomobilisten onbedoeld een fors hogere CO₂-voetafdruk hebben dan aangenomen.