Recordinvestering in laadinfrastructuur

De Amerikaanse staat Minnesota trekt meer dan 41 miljoen dollar uit voor de uitbreiding van het openbare laadnetwerk voor elektrische auto's. Het ministerie van vervoer, MnDOT, heeft dit aangekondigd als de derde en tevens grootste subsidieronde voor laadinfrastructuur in de staat. Het geld komt uit federale fondsen die via de Bipartisan Infrastructure Law zijn vrijgemaakt.

Wat deze ronde onderscheidt, is de scherpe focus op zogenoemde 'Greater Minnesota' — het gebied buiten de metropool Minneapolis-Saint Paul. Daar is de laadinfrastructuur voor elektrische rijders nog duidelijk minder ontwikkeld dan in de stedelijke kern. MnDOT wil met deze investering zogenoemde laaddeserts elimineren en het elektrisch rijden aantrekkelijker maken voor inwoners van landelijke gebieden.

47 projecten verspreid over de staat

De subsidiegelden worden verdeeld over 47 afzonderlijke projecten. De meeste voorzien in de plaatsing van gelijkstroom-snelladers met een vermogen van minimaal 150 kW, het niveau dat nodig is om een moderne elektrische auto in ongeveer twintig tot dertig minuten van 10 naar 80 procent laadniveau te brengen. Sommige locaties krijgen zelfs 350 kW-ultrasnelladers, die geschikt zijn voor de nieuwste generatie EV's met 800 volt-architectuur zoals de Hyundai Ioniq 5, Kia EV6 en Porsche Taycan.

De projecten omvatten niet alleen snelwegcorridors, maar ook toeristische routes en economische centra in afgelegen gebieden. Denk aan laadpalen bij nationale parken, langs populaire skiroutes en in kleinere steden waar bewoners nu nog afhankelijk zijn van thuisladen of occasionele Level 2-laders. Voor Nederlandse lezers is dit vergelijkbaar met de aanpak van de ANWB en Rijkswaterstaat om snelladers te plaatsen langs de N-wegen en in de Veluwe of Waddeneilanden.

Strategische keuze voor 'Greater Minnesota'

De prioritering van regio's buiten de grote stad is een bewuste strategie. In Minneapolis en Saint Paul is de laaddichtheid al aanzienlijk hoger, mede dankzij private initiatieven van netwerken als Tesla Supercharger, Electrify America en ChargePoint. Op het platteland ontbreken die commerciële investeringen echter, omdat het rendement per laadpunt lager ligt door minder verkeer.

MnDOT vult hiermee een marktleemte op die in veel landen herkenbaar is. Ook in Nederland zien we dat snellaadnetwerken zich in eerste instantie concentreren op de Randstad en de A-wegen, terwijl laadplekken in Drenthe, Zeeland of de Achterhoek schaarser zijn. Overheden moeten daar actief bijsturen om het elektrisch rijden voor iedereen toegankelijk te maken, niet alleen voor stedelijke rijders met een eigen oprit.

De Amerikaanse aanpak verschilt wel fundamenteel van de Nederlandse. Waar Nederland via het Laadinfrastructuurprogramma (LIP) provincies en gemeenten subsidieert met relatief kleine bedragen — enkele miljoenen euro's per jaar — gaat het in Minnesota om een eenmalige, massale injectie. De schaalvergroting maakt het mogelijk om in één keer een coherent netwerk uit te rollen, in plaats van gefragmenteerde initiatieven.

Implicaties voor de EV-markt

Deze investering past in een breder patroon van Amerikaanse staten die de infrastructuur voor elektrisch vervoer versnellen. De federale overheid stelt via het National Electric Vehicle Infrastructure (NEVI) programma 5 miljard dollar beschikbaar voor laadstations langs interstate highways. Minnesota combineert die middelen nu met eigen prioriteiten om ook secundaire wegen te bedienen.

Voor autokopers in Minnesota verandert dit de afweging om over te stappen op een elektrische auto. Actieradius-angst — de vrees om zonder stroom te komen zitten — is in landelijke gebieden een grotere drempel dan in de stad, waar dagelijkse ritten korter zijn en thuisladen meer voorkomt. Met snelladers op strategische plekken wordt ook langereafstandsverkeer, bijvoorbeeld naar de Boundary Waters Canoe Area Wilderness of de North Shore van Lake Superior, haalbaar zonder gedetailleerde routeplanning.

De keuze voor laadstations bij bestaande voorzieningen — Walmart-parkings, zoals op de begeleidende afbeelding te zien, en andere retail-locaties — volgt een beproefd model. Rijders laden terwijl ze boodschappen doen of eten, wat de wachttijd productief maakt. Dit is economisch efficiënter dan dedicated laadstations waar men niets anders doet dan wachten.

Of deze aanpak ook in Nederland zou werken, is de vraag. De bevolkingsdichtheid hier is hoger, waardoor de afstand tussen bestaande laadpunten al kleiner is. Toch blijven ook hier knelpunten bestaan op toeristische routes en in dunbevolkte gebieden. De Minnesota-case toont aan dat gerichte overheidssubsidie die gaten kan dichten, mits de investering voldoende omvangrijk is om private exploitanten te interesseren.