LG's nieuwe Amerikaanse batterijgigant draait op volle toeren

LG Energy Solution (LGES) heeft de productie in zijn nieuwste fabriek in Lansing, Michigan officieel gestart. Het complex beslaat 91 hectare en vertegenwoordigt een investering van meer dan 2 miljard dollar. Op dit moment werken er 900 mensen, maar op termijn moet dat aantal oplopen naar 1.700 werknemers. De maximale jaarproductie bedraagt 35 gigawattuur (GWh) aan batterijcellen — voldoende om jaarlijks honderdduizenden elektrische voertuigen van stroom te voorzien.

De fabriek is strategisch belangrijk voor LGES' Noord-Amerikaanse ambities. Het bedrijf streeft naar een totale productiecapaciteit van 50 GWh op het continent, verspreid over meerdere locaties waaronder Holland (Michigan), een joint venture met Nextar Energy in Windsor (Canada) en een geplande vestiging in Arizona. Ook meegerekend zijn de Ultium-fabriek in Tennessee (samen met GM) en de samenwerking met Honda in Ohio.

Twee chemische technologieën onder één dak

Wat deze fabriek opvalt, is de dubbele strategie in batterijchemie. Voor de autosector produceert LGES nikkel-mangaan-kobalt (NMC)-cellen, die een hogere energiedichtheid bieden en daarmee geschikt zijn voor personenauto's waar actieradius en laadsnelheid prioriteit hebben. Deze modules zijn bestemd voor de volledig elektrische Toyota Highlander — een drierijige SUV die Toyota inzet als een van de zeven volledig elektrische modellen die het merk voor 2027 wil lanceren.

Parallel daaraan bouwt de fabriek ijzer-fosfaat (LFP)-cellen, een goedkopere en robuustere technologie met minder kritieke grondstoffen. Deze zijn bestemd voor energieopslagsystemen, waarbij Tesla als belangrijke afnemer wordt genoemd. LFP-cellen presteren minder goed bij extreme kou en hebben een lagere energiedichtheid, maar bieden een aantrekkelijke prijs-prestatieverhouding voor stationaire toepassingen waar gewicht en volume minder kritisch zijn.

Toyota's elektrische Highlander: Amerikaanse supply chain

De keuze voor de elektrische Highlander als lanceringsklant is opmerkelijk. Toyota, lang bekritiseerd vanwege zijn terughoudendheid ten opzichte van volledige elektrificatie, lijkt nu versneld in te zetten op batterij-elektrische modellen. De NMC-cellen uit Lansing worden vervoerd naar de Toyota-fabriek in Georgetown, Kentucky — een opvallend detail dat toont hoe de Amerikaanse EV-toeleveringsketen steeds meer binnenlandse contouren krijgt.

Voor de Europese markt is de Highlander minder relevant; Toyota verkoopt hier de bZ4X en de geplande bZ3X als elektrische SUV's. Wel illustreert dit samenwerkingsverband hoe traditionele autofabrikanten afhankelijk worden van gespecialiseerde batterijproducenten. LGES levert al aan meerdere grote merken, waaronder Tesla, General Motors en nu dus Toyota — een diversificatie die het Zuid-Koreaanse bedrijf beschermt tegen tegenvallers bij individuele klanten.

Flexibiliteit als wapen tegen marktrisico's

Die diversificatie blijkt hard nodig. De productieherstart in de Ultium-fabriek in Ohio, na een stilstand van zeven maanden, toont hoe kwetsbaar joint ventures kunnen zijn als de vraag naar bepaalde EV-platformen achterblijft. Ook de afblazing van Honda's geplande 11 miljard dollar tellende EV-fabriek in Canada — waarbij LGES betrokken was — illustreert de onzekerheid in de sector.

De Lansing-fabriek lijkt hier beter tegen bestand door zijn dubbele focus. Energieopslag groeit sneller dan verwacht, gedreven door de uitbreiding van wind- en zonne-energie die flexibele opslag vereist. Tesla's Megapack en vergelijkbare systemen van concurrenten creëren een stabiele vraag naar LFP-cellen, onafhankelijk van de grillen van de personenautomarkt. Voor LGES betekent dit dat de fabriek minder afhankelijk is van het succes van één enkel EV-model.

Of de Lansing-vestiging uiteindelijk alleen de Highlander van cellen voorziet, valt te betwijfelen. Met 35 GWh capaciteit en Toyota's groeiende EV-portfolio lijkt uitbreiding naar andere modellen een logische volgende stap — zeker als deze modellen eveneens in Noord-Amerika geproduceerd worden.