Een verbod waar geen land eerder durfde te komen

Per 1 juni 2026 is Laos het eerste land ter wereld dat de import van nieuwe benzine- en dieselpersonenauto's volledig verbiedt. Het ministerie van Industrie en Handel voert het besluit uit, dat tot einde jaar geldt. Daarmee is vrijwel elke nieuwe auto die Laos binnenkomt per definitie elektrisch — een percentage van 100% dat geen enkele andere markt, zelfs Noorwegen niet, haalt.

Toch is het beeld genuanceerder dan het cijfer suggereert. Het verbod geldt niet voor het volledige wagenpark. Openbaar vervoer, bouwmachines, projectgerelateerde vrachtwagens en andere gespecialiseerde voertuigen vallen buiten de maatregel. Diesel blijft stromen waar elektrificatie nog onhaalbaar is. De overheid richt zich bewust op het personenautosegment, juist omdat daar betaalbare elektrische alternatieven beschikbaar zijn.

Waterkracht als hefboom: waarom Laos dit wagen

De achterliggende motivatie is niet klimaat, maar harde economie. Laos produceert nagenoeg al zijn elektriciteit via waterkracht en verdient fors aan de export ervan naar buurlanden. Tegelijkertijd importeert het elke druppel brandstof die zijn auto's verbruiken — en betaalt daarvoor in schaarse deviezen. Elke verbrandingsauto die vervangen wordt door een elektrische, draait voortaan op binnenlandse waterkracht in plaats van geïmporteerde diesel.

Om kopers te sturen combineert de overheid het verbod met fiscale prikkels. Elektrische personenauto's onder de 50.000 dollar zijn volledig vrijgesteld van accijns. Daarnaast zijn de registratiekosten voor EV's verlaagd. Voor transportbedrijven geldt een verplichting: eind 2026 moet minstens 10% van de vloot elektrisch zijn.

De infrastructuur volgt in rap tempo. In april tekende Laos een overeenkomst met 27 publieke en private partijen voor de uitrol van laadpalen, batterijwisselstations, een centraal digitaal platform en financieringsproducten. Het nationale doel: 30% elektrische voertuigen in 2030.

Chinese merken vullen het vacuüm

De ruimte die verbrandingsauto's achterlaten, wordt vrijwel geheel opgevuld door Chinese fabrikanten. Chinese EV-export naar ASEAN bereikte in juni 1,2 miljard dollar op één maand, met recordvolumes voor zowel Laos als Cambodja. Merken als BYD, MG en GWM, plus VinFast uit Vietnam via zijn taxiplatform, hadden al voet aan de grond.

In de praktijk functioneert het importverbod als een indirecte subsidie voor wie goedkope EV's kan leveren — en dat zijn momenteel vooral Chinese automakers. Voor consumenten betekent dit toegang tot modellen als de BYD Dolphin, MG4 en vergelijkbare compacte EV's die in China op schaal worden geproduceerd en concurrerend geprijsd zijn.

De vraag is of het aanbod aansluit bij lokale behoeften. Een BYD Dolphin biedt circa 400 km WLTP-actieradius en laadt met maximaal 60 kW gelijkstroom — voor stedelijk gebruik in Vientiane voldoende, maar voor langere afstanden door het bergachtige binnenland een punt van aandacht. Batterijwisselstations kunnen hier een rol spelen waar snelladen minder beschikbaar is.

Les voor olie-importeurs: rekenwerk boven idealisme

Laos is een outlier qua aanpak, maar de richting is regionaal herkenbaar. Cambodja schaafde eerder dit jaar de douanerechten op EV's af. In heel Zuidoost-Azië wordt elektrificatie steeds vaker benaderd als energievraagstuk in plaats van milieuthema.

Het verschil met bijvoorbeeld Noorwegen of China is fundamenteel. Daar winnen EV's op prijs, prestaties en keuzevrijheid. In Laos is het alternatief gewoon verwijderd. Dat werkt op papier, maar houdt alleen stand als laadinfrastructuur en koopkracht de belofte waarmaken. De uitzonderingen voor vrachtwagens en machines tonen aan dat de overheid zelf beseft dat niet alles tegelijk kan.

Voor andere olie-importerende landen zonder eigen auto-industrie — denk aan diverse Afrikaanse en Aziatische markten — biedt Laos een rekensom. Wanneer elektriciteit uit binnenlandse bronnen komt en benzine in schaarse dollars moet worden aangevoerd, wordt een verbod op verbrandingsmotorauto's minder radicaal en meer logisch. De komende maanden tonen of de laadnetwerken en beschikbare modellen die belofte kunnen inlossen.