Een miljardenzet voor elektrische mobiliteit
De Filipijnen willen niet langer toekijken hoe buurlanden Thailand en Vietnam de EV-industrie naar zich toe trekken. President Ferdinand Marcos Jr. ondertekende een decreet dat de Electric Vehicle Incentive Strategy (EVIS) in het leven roept: een fiscaal stimuleringspakket van 60 miljard pesos, omgerekend zo'n 852 miljoen euro. Het doel is duidelijk: de archipel transformeren tot een volwaardig productiecentrum voor elektrische voertuigen in Zuidoost-Azië.
Waar veel Europese landen vooral inzetten op koperssubsidies en laadinfrastructuur, kiest Manilla voor een aanpak vanaf de bron. De overheid wil fabrieken binnenhalen — en daarmee niet alleen banen creëren, maar ook toegang krijgen tot technologische knowhow rond batterijproductie en elektrische aandrijflijnen.
Strenge voorwaarden voor subsidie
De 852 miljoen euro is niet voor het oprapen. Fabrikanten moeten aan een reeks harde eisen voldoen om in aanmerking te komen voor het maximale bedrag van 15 miljard pesos per constructeur (circa 213 miljoen euro):
- Minimaal 5 miljard pesos (71 miljoen euro) eigen investering
- Productiestart binnen drie jaar
- Jaarlijkse capaciteit van minimaal 10.000 voertuigen
- Volledige lokale assemblage van voertuigen
- Gebruik van lokaal geproduceerde componenten
- Tienjarig garantieplan voor onderdelen en batterijrecycling
Hooguit vier fabrikanten kunnen worden geselecteerd, waarbij de overheid kijkt naar investeringsomvang, productiecapaciteit, werkgelegenheidseffect en bredere economische impact. De nadruk op batterijrecycling is opmerkelijk: waar veel landen dit pas later reguleren, maken de Filipijnen het nu al een voorwaarde voor subsidie.
Twee fiscale hefbomen
Het EVIS-programma combineert twee mechanismen die elkaar versterken. De Fixed Investment Support (FIS) vergoedt tot 40 procent van investeringskosten voor volledig elektrische voertuigen (BEV) en 30 procent voor hybrides, plug-in hybrides en waterstofauto's. Denk hierbij aan productielijnen, onderzoeks- en ontwikkelingswerkzaamheden, technische aanpassingen en personeelstraining — grondaankopen vallen buiten de boot.
Daarnaast biedt de Production Volume Incentive (PVI) een terugbetaling tot 12 procent van de fabrieksprijs, met een maximum van 200.000 pesos per voertuig (ongeveer 2.850 euro). Beide regelingen lopen maximaal tien jaar en worden verrekend als fiscale aftrekposten voor vennootschapsbelasting, btw, douanerechten en accijnzen.
Voor Europese autofabrikanten die worstelen met hoge energiekosten en complexe regelgeving, kunnen dergelijke voorwaarden aantrekkelijk zijn — mits de lokale toeleveringsketen voldoende ontwikkeld raakt. De eis om componenten ter plekke in te kopen, is daarbij wel een hobbel.
De Aziatische EV-race versnelt
De Filipijnse stap past in een breder patroon. Thailand loopt al jaren voorop met fiscale prikkels en productie-incentives, wat meer dan 4 miljard dollar aan investeringen opleverde van onder meer BYD en Great Wall Motor. Ook Vietnam profileert zich steeds nadrukkelijker als EV-productieland, mede dankzij het succes van thuismerk VinFast.
Voor de Filipijnen is de inhaalslag fors. Het land mist de gevestigde auto-industrie van Thailand en ook het eigen EV-merk dat Vietnam met VinFast heeft opgebouwd. De keuze voor een breed palet aan technologieën — BEV, PHEV, HEV én waterstof — suggereert bovendien dat Manilla niet op één paard wil inzetten, maar flexibel wil inspelen op verschillende regionale marktvraag.
De vraag is welke fabrikanten zullen reageren. Chinese merken zoals BYD en SAIC hebben al productiecapaciteit in de regio; Koreaanse spelers als Hyundai-Kia en Europese merken zoals Volkswagen of Volvo kunnen geïnteresseerd zijn als ze hun Aziatische aanwezigheid willen diversifiëren. De komende drie jaar — de termijn voor productiestart — zullen uitwijzen of de Filipijnse gok uitbetaalt.