Fabrikanten sluiten verkeerde contracten af

Autofabrikanten zijn wettelijk verplicht om de accupakketten in hun elektrische auto's te recycleren zodra deze het einde van hun levenscyclus bereiken. Die EU-eis, de zogenoemde end-of-life-verplichting, is op zichzelf geen slechte zaak. Het probleem zit 'm in de uitvoering, zo stelt het Londense onderzoeksbureau Circular Energy Storage (CES). Fabrikanten sluiten massaal meerjarige contracten af met recyclers, in de veronderstelling dat ze zo kostenstijgingen voor de komende tien jaar afdekken. Die strategie blijkt averechts te werken.

De recyclingmarkt voor lithium-ionaccu's bevindt zich nog in een vroeg stadium. De huidige capaciteit is beperkt en de verwerkingskosten liggen daardoor op een piekniveau. Door nu al langjarig vast te leggen, betalen autofabrikanten de hoogst mogelijke tarieven — kosten die uiteindelijk in de catalogusprijs van elektrische personenauto's worden verwerkt.

De prijsverschillen per accuchemie

De recyclingkosten lopen sterk uiteen, afhankelijk van de gebruikte batterijchemie. Voor een LFP-accu (lithium-ijzerfosfaat) bedraagt de verwerkingsprijs momenteel 25 euro per kWh. Bij NMC-cellen (nikkel-mangaan-cobalt), die een complexere samenstelling hebben, ligt dat op 2,50 euro per kWh. Dat lijkt tegenintuïtief: NMC is duurder in aanschaf, maar goedkoper te recycleren omdat de waardevolle grondstoffen (nikkel, kobalt) relatief eenvoudig terug te winnen zijn.

Rekenvoorbeeld: een compacte EV met een 50 kWh LFP-accu — denk aan een standaardversie van de BYD Dolphin of de Tesla Model RWD — krijgt zo 1.250 euro aan recyclingkosten doorberekend. Heeft diezelfde auto een 50 kWh NMC-pakket, dan blijft het bedrag beperkt tot 125 euro. Voor grotere pakketten, zoals de 77 kWh-cellen in een Volkswagen ID.7 of de 100 kWh-plus units in premium-SUV's, loopt het verschil verder op.

Schalingsvoordelen gaan de komende jaren exploderen

Circular Energy Storage voorspelt dat de recyclingkosten de komende jaren met twee derde gaan dalen. De belangrijkste drijvende kracht is volume: tegen 2035 moet de industrie een achttien keer hogere hoeveelheid accupakketten verwerken dan nu. De verwerkingsprijs per ton daalt daarbij van bijna 6.000 dollar naar net geen 2.000 dollar in 2030.

Die cijfers illustreren waarom langjarige contracten op dit moment zo ongunstig uitpakken. De fabrikanten die nu vastzetten, missen de schaalvoordelen en technologische efficiëntie van de komende vijf tot tien jaar volledig. Het is vergelijkbaar met het afsluiten van een tienjarig energiecontract in 2022, op het hoogtepunt van de gasprijzen.

Waarom fabrikanten de waarde zelf kunnen vangen

CES stelt dat autofabrikanten de end-of-life-verplichting te veel als puur kostenplaatje benaderen. Er ligt ook substantiële waarde in het terugwinnen van grondstoffen, mits bedrijven hun strategie herzien. Drie alternatieven bieden perspectief:

  • Samenwerking met gespecialiseerde derden: in plaats van vaste recyclingcontracten af te sluiten, kunnen fabrikanten flexibelere partnerships aangaan die meebewegen met marktprijzen.
  • Refurbishment: accupakketten die niet meer geschikt zijn voor autogebruik, behouden vaak 70-80% van hun capaciteit. Deze zijn uitstekend geschikt voor stationaire energieopslag, bijvoorbeeld in combinatie met zonnepanelen.
  • Herbestemming in andere ecosystemen: de tweede-levensmarkt voor EV-accu's groeit snel. Fabrikanten die hier zelf een rol in spelen — denk aan Nissan met zijn xStorage-systemen of Renault met grote grid-opslagprojecten — kunnen de restwaarde van pakketten verzilveren in plaats van direct te laten recycleren.

Voor de Nederlandse markt is dit relevant omdat lease- en private leaseconstructies — die hier dominant zijn — de end-of-life-kosten vaak al in de maandprijs verwerken. Consumenten merken de huidige inefficiëntie dus indirect, maar wel structureel.

De les voor kopers: de recyclingbijdrage op je factuur is geen vast gegeven. Naarmate de markt rijpt en fabrikanten hun strategie bijstellen, moet deze kostenpost gaan dalen — tenzij de industrie vasthoudt aan contracten die de komende jaren alleen maar duurder uitpakken.