Europa groeit, de rest stagneert

De wereldwijde verkoop van elektrische auto's liet in de eerste helft van 2026 een gemengd beeld zien. Volgens cijfers van Benchmark Mineral Intelligence werden er wereldwijd 9,6 miljoen EV's verkocht, een bescheiden stijging van 2 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Deze matige groei verdient nuancering: zonder de sterke Europese prestaties zou het beeld aanzienlijk sombberder zijn geweest.

Europa noteerde een indrukwekkende toename van 27 procent, met 2,5 miljoen verkochte exemplaren in het eerste halfjaar. Juni 2026 was daarbij een uitzonderlijk sterke maand: 530.000 EV's vonden een eigenaar, goed voor een jaar-op-jaar groei van 31 procent en een maand-op-maand stijging van 28 procent. Deze cijfers suggereren dat het Europese EV-landschap zich in een versnellende fase bevindt, ondanks de bredere economische onzekerheid.

China en VS presteren zwak

Tegelijkertijd tonen de twee andere grote markten een zorgwekkend beeld. China, lang beschouwd als de onbetwiste koploper in elektrificatie, zag de verkoop met 14 procent dalen tot 4,9 miljoen stuks. De maand juni alleen al leverde een daling van 11 procent op, ondanks een licht herstel van 5 procent ten opzichte van mei. Noord-Amerika presteerde nog slechter: een daling van 20 procent op jaarbasis tot slechts 730.000 exemplaren, met juni als zwakste maand (min 13 procent maand-op-maand).

Opvallend is de explosieve groei in de rest van de wereld (RoW): 91 procent meer EV's dan in het eerste halfjaar van 2025, met 1,4 miljoen verkochte exemplaren. In juni zelfs bijna een verdubbeling (plus 98 procent). Toch blijft dit segment in absolute zin beperkt, waardoor het het wereldwijde totaal nauwelijks beïnvloedt.

Subsidies als bepalende factor

Wie de cijfers analyseert, ontdekt een duidelijk patroon. De groeiende markten zijn die waar overheden de EV-koper nog financieel ondersteunen; de krimpende markten zijn die waar de subsidiepot is gesloten. In China zijn de overheidspremies teruggeschroefd tot enkele zeer specifieke situaties. In de Verenigde Staten is het fiscale voordeel voor EV-aankoop grotendeels verdwenen, in lijn met beleid dat traditionele auto's met grote verbrandingsmotoren — met name pick-ups met V8-motor — economisch gunstiger wil houden.

Europa hanteert vooralsnog een ander beleid. Hoewel landen als Nederland de subsidies geleidelijk afbouwen, hanteren buurlanden als Duitsland aantrekkelijke regelingen. Daar kunnen EV-kopers nog steeds rekenen op duizenden euro's overheidssteun. Dit verschil in beleid verklaart mede waarom de Europese groei zo fors uitvalt vergeleken met de wereldwijde stagnatie.

De vraag rijst welke conclusie hieruit getrokken kan worden over de organische vraag naar elektrische auto's. Als de verkoop in belangrijke mate afhankelijk blijkt van fiscale prikkels, hoe robuust is de marktpositie van de EV dan werkelijk? De huidige cijfers geven daar geen eenduidig antwoord op.

Wat betekent dit voor de Europese consument?

De Europese consument profiteert momenteel van een gunstige combinatie van factoren. De hoge brandstofprijzen, mede veroorzaakt door geopolitieke spanningen in het Midden-Oosten, maken elektrisch rijden financieel aantrekkelijker. Tegelijkertijd is het aanbod van EV's met praktische actieradius en schappelijke prijzen fors toegenomen. Waar een elektrische auto tot voor kort nog synoniem stond met forse inleveringen op bereik of een premium prijskaartje, is dat beeld in rap tempo aan het veranderen.

De Europese Unie werkt aan aanvullende mechanismen om de eigen EV-industrie te versterken. Een belangrijk element is het vrijstellen van Europese elektrische auto's van bepaalde regelgeving, wat de productiekosten moet drukken en uiteindelijk de verkoopprijs ten goede komt. Tegelijkertijd worden er maatregelen voorbereid om goedkopere Chinese concurrenten zwaarder te belasten, bijvoorbeeld via importheffingen. Dit tweesporenbeleid — eigen productie goedkoper maken, concurrentie duurder — moet de Europese EV-markt op termijn minder afhankelijk maken van subsidies.

Voor de consument betekent dit dat de komende jaren een interessante periode wordt om elektrisch te gaan rijden. De huidige subsidiepotjes raken geleidelijk leeg, maar structurele kostenverlagingen in de productie kunnen de prijsdruk opvangen. Wie nu overweegt over te stappen, doet er verstandig aan de beschikbare premies in het eigen land — en in naburige landen bij import — goed in de gaten te houden.