Vier maanden erbij, dankzij schonere lucht
Elektrische rijders kunnen zichzelf deze week een schouderklopje geven — of liever: een software-update gunnen. Het RIVM meldt in een nieuwe tussenrapportage over het Schone Lucht Akkoord dat de gezondheidswinst door elektrificatie van het wagenpark groter uitvalt dan eerder voorzien. De gemiddelde Nederlander verloor in 2016 nog 9,5 maand levensverwachting door luchtvervuiling. Dankzij versnelde maatregelen staat Nederland op koers om dat verlies in 2030 met meer dan de helft terug te dringen. Het netto-resultaat: vier maanden extra leven, zonder dat je daarvoor je dieet hoeft aan te passen.
De stekkerauto als onverwachte gezondheidsfactor
Wat dit rapport opvallend maakt, is de expliciete rol die het RIVM toekent aan elektrische personenauto's. Het EV-park groeit sneller dan in eerdere prognoses was ingeschat, met direct meetbaar effect op de uitstoot van schadelijke stoffen. De stikstofoxide-emissie in 2030 wordt nu 8 procent lager geraamd dan voorheen verwacht — en dat verschil is voor een substantieel deel te danken aan het feit dat uitlaatpijpen simpelweg verdwijnen uit het straatbeeld.
Stikstofoxiden (NOx) zijn geen vrijblijvend milieuthema. Ze tasten longweefsel aan, verergeren hart- en vaatziekten en versterken de effecten van fijnstof. Voor wie in de buurt van drukke verkeersaders woont — denk aan de A2, A4 of A16 — is de overstap van de buurman van diesel naar elektrisch dus meer dan een geur- en geluidskwestie. Het RIVM benadrukt overigens terecht dat de elektrische auto niet alle credits opeist: strengere emissie-eisen voor industrie, schonere landbouwmachines en agrarische maatregelen dragen eveneens bij.
Waar de knelpunten blijven liggen
Toch is het geen onbekommerd verhaal. Het RIVM signaleert dat Nederland in 2030 niet overal aan de Europese luchtkwaliteitsnormen zal voldoen. De probleemgebieden zijn voorspelbaar, maar hardnekkig:
- Schiphol en omgeving, waar luchtvaart en wegverkeer elkaar versterken
- De Rijnmond, met zijn dicht opeengepakte industrie, scheepvaart en autoverkeer
- Drukke snelwegcordons, waar file- en piekbelasting de concentraties opdrijven
Een complicerende factor: recent onderzoek wijst uit dat stikstofdioxide nog schadelijker is dan eerder werd aangenomen. De normen worden dus niet milder, terwijl de wetenschappelijke onderbouwing voor die normen juist scherper wordt. De conclusie dat we massaal honderd worden omdat een elektrische auto de straat inrijdt, is dan ook voorbarig — al helpt het beslist.
Van doemscenario tot meevaller
Wat het rapport extra opmerkelijk maakt, is de ommezwaai in de vooruitzichten. Waar het RIVM vorig jaar nog vreesde dat de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord net niet gehaald zouden worden, spreekt de nieuwste berekening juist van meer gezondheidswinst dan verwacht. Die omslag is deels te danken aan de versnellende EV-markt: waar in 2020 nog voorzichtig werd gerekend met groeicijfers, blijkt de Nederlandse consument — gestimuleerd door fiscale voordelen en een steeds breder aanbod — sneller over te stappen dan gedacht.
Voor de EV-markt zelf is dit een interessant narratief. De elektrische auto wordt vaak verkocht op TCO-besparing, rijplezier of technologische vooruitgang. Het RIVM voegt daar een publieke-gezondheidsargument aan toe dat moeilijker te weerleggen is dan de gebruikelijke discussies over actieradius of laadinfrastructuur. Het is één ding om als tegenstander te beweren dat een EV niet bij je rijprofiel past; het is een ander om te ontkennen dat minder uitlaatgassen in woonwijken levens redden.
Of dit de publieke perceptie van elektrisch rijden structureel beïnvloedt, valt te bezien. Vooralsnog lijkt de Nederlandse consument vooral pragmatisch gemotiveerd: de bijtelling blijft aantrekkelijk, het aanbod groeit van instapmodel tot premium-SUV, en de laadinfrastructuur is in de Randstad inmiddels redelijk volwassen. Dat er ook nog eens maatschappelijke winst uit voortkomt, is een welkome bijkomstigheid — en voor verkopers een argument dat de keukentafel overleeft.
