EV nadert kantelpunt: kwart van Duitse kopers kiest elektrisch
De elektrische personenauto staat in Duitsland op het punt de massamarkt te veroveren. Dat blijkt uit de TÜV Mobility Studie 2026, gebaseerd op een representatieve enquête door Forsa onder 2.504 respondenten van 18 jaar en ouder. Precies 25 procent van de Duitse consumenten geeft de voorkeur aan een volledig elektrische auto bij een volgende aankoop. Eveneens 25 procent kiest een hybride, terwijl slechts 35 procent nog vasthoudt aan een verbrandingsmotor. Waterstof blijft een marginale optie met 4 procent.
Joachim Bühler, directeur van de TÜV-Verband, spreekt van een naderend doorbraakmoment. De combinatie van een breed beschikbaar aanbod, hernieuwde overheidssteun en hoge brandstofprijzen zet consumenten aan tot omschakelen. De marktcijfers van het Kraftfahrt-Bundesamt bevestigen dit beeld: in de eerste helft van 2026 was 26 procent van alle nieuw geregistreerde personenauto's volledig elektrisch, 11 procent plug-in hybride en 29 procent overige hybrides. Benzine- en diesels samen zakten naar 34 procent marktaandeel. Opvallend: ook de markt voor elektrische occasions trekt krachtig aan.
Een interessant signaal is dat bijna een kwart (23%) van de consumenten die eigenlijk een verbrandingsmotor of hybride prefereert, toch een EV zou overwegen. Dat wijst op een groeiende openheid die verder gaat dan de huidige 'early adopters'.
Barrières blijven standvastig: prijs, range en laadpalen
Ondanks het groeiende enthousiasme blijven drie klassieke bezwaren domineren. 57 procent noemt de hoge aanschafprijs als grootste drempel, gevolgd door onvoldoende rijbereik (52%) en te weinig laadpunten (50%). Dat laatste probleem is in grote steden zelfs nijpender: 58 procent van de stedelingen klaagt over een tekort aan laadinfrastructuur.
Voor huidige EV-bezitters vertaalt zich dit in concrete dagelijkse frustraties. 61 procent ervaart sterk gereduceerd bereik in de winter — een bekend fenomeen dat door koude batterijtemperatuur en hoger verwarmingsverbruik wordt versterkt. 49 procent stoorde zich aan intransparante prijzen aan publieke laadpalen, en 48 procent aan de wirwar aan betaalsystemen. De complexiteit van apps, pasjes en abonnementen vormt een significante gebruiksbelemmering die de overgang naar elektrisch rijden onnodig frustreert.
Bühler waarschuwt dat het vertrouwen van kopers niet opnieuw mag worden geschaad na het politieke geharrewar van afgelopen jaren. De uitbouw van publieke laadinfrastructuur moet de marktdynamiek bijbenen, met nadruk op stedelijke agglomeraties. "Ladefrust" door defecte of ontbrekende palen, ondoorzichtige tarieven en ingewikkelde betaling moet worden geëlimineerd.
Mobiliteit in breder perspectief: auto blijft koning, ÖPNV achterblijft
De TÜV-studie plaatst elektrificatie in een ruimer mobiliteitskader. De auto blijft met 83 procent regelmatige gebruikers veruit het belangrijkste vervoermiddel, gevolgd door wandelen (63%). Het klassieke fiets scoort 20%, het elektrische fiets 14%. Het openbaar vervoer blijft beperkt tot 20% voor stads- en streekvervoer, en slechts 7% voor regionale treinen.
Een scherp stad-land contrast tekent zich af. In dorpen tot 5.000 inwoners gebruikt 96 procent wekelijks de auto; zelfs in metropolen van 500.000+ inwoners blijft dat 66 procent. Het openbaar vervoer kent een omgekeerde curve: van 8-12% in kleine gemeenten tot 47 procent in grote steden. Deze kloof onderstreept waarom 76 procent van de Duitsers sterkere politieke steun voor ÖPNV eist, en 72 procent ook voor spoorverkeer. Andere mobiliteitsvormen — waaronder elektrische mobiliteit zelf (51%) — volgen op gepaste afstand.
Bij de vraag hoe steden leefbaarder worden gemaakt, scoort uitbreiding van openbaar vervoer op het platteland 92 procent steun. Veilige fietsinfrastructuur (83%) en deelmobiliteit (55%) volgen. Maatregelen die het autoverkeer direct beperken — citymaut (25%), hogere parkeertarieven (26%), minder parkeerplaatsen (21%) — vinden weinig draagvlak. Wel is er brede consensus over alternatieven: 91 procent ziet ÖPNV-uitbouw als effectief, 77 procent park-and-ride aan de stadsgrens, 69 procent fietsstimulering.
Infrastructuur onder de maat: wegen, veiligheid en inclusiviteit
De infrastructuurbeoordeling van respondenten over hun eigen woonomgeving is alarmerend. Twee derde (67%) beoordeelt de staat van straten, fiets- en voetpaden als (zeer) slecht. De helft vindt het fietsnetwerk onvoldoende, evenveel het parkeeraanbod, en 48 procent de toegankelijkheid voor minder mobiele gebruikers.
Een opvallend thema is de verwaarlozing van kwetsbare groepen. 74 procent meent dat mensen met fysieke beperkingen onvoldoende worden meegenomen in verkeersplanning, 67 procent noemt ouderen vanaf 75 jaar, evenveel alleen reizende schoolkinderen. Voor voetgangersveiligheid acht 90 procent betere winteronderhoud van trottoirs essentieel; voor fietsers 86 procent winteronderhoud van fietspaden.
Voor de Nederlandse EV-markt biedt deze Duitse studie relevante benchmarks. De 26 procent EV-aandeel in nieuwverkoop ligt hoger dan het Nederlandse cijfer van de afgelopen maanden, wat suggereert dat Nederlandse stimuleringsbeleid — met name de teruglopende private-leasingsubsidie — herziening behoeft. De nadruk op laadinfrastructuur in stedelijke concentraties raakt ook hier een gevoelige snaar: metropolen als Amsterdam en Rotterdam kampen met wachttijden en ondoorzichtige tariefstructuren bij snelladers. De Duitse roep om uniforme betaalsystemen zou het Nederlandse initiatief voor een laadpas op landelijk niveau kunnen versterken.