Stroombelasting dreigt kantelpunt voor EV-besparingvoordeel
De elektrische auto staat in Nederland en Duitsland steeds vaker in de showroom, maar de aanschafbeslissing hangt voor veel consumenten af van de totale kostprijs per kilometer. Daar wringt de schoen volgens de Duitse branchevereniging ZDK (Zentralverband Deutsches Kraftfahrzeuggewerbe). De organisatie, die de belangen van autodealers en werkplaatsen behartigt, luidt de alarmbel over de huidige stroombelasting in Duitsland. Die zou een remmende werking hebben op de doorbraak van elektrische personenauto's.
Volgens ZDK-hoofddirecteur Jürgen Hasler dreigt stroom een "remblok" te worden voor de elektrificatie van het wagenpark. Het probleem zit in de kostenstructuur: terwijl de aanschafprijs van elektrische modellen de afgelopen jaren al onder druk stond door gestegen grondstoffenprijzen en schaarste aan halfgeleiders, wordt het gebruiksvoordeel nu ook aangetast door hoge energiekosten. Hasler stelt het scherp: wie elektrische mobiliteit serieus wil, moet zorgen dat elektrisch rijden economisch aantrekkelijk blijft.
Berlijn wil eigen stroomheffingen behouden
De spanning loopt op door een manoeuvre van het Duitse ministerie van Financiën. Dat heeft een brief gestuurd naar de Europese Commissie om te pleiten voor het behoud van nationale speelruimte bij de belastingheffing op stroom. Concreet wil Duitsland de mogelijkheid behouden om stroom boven het Europese minimumtarief te belasten. Dit staat haaks op de ambities van Brussel om de vervoerssector te elektrificeren.
De Europese Commissie erkent zelf dat het bestaande prijsverschil tussen stroom en fossiele brandstoffen de overgang naar elektrisch rijden belemmert. Toch lijkt Berlijn vast te houden aan een fiscale constructie die de consument duurder uitkomt. Voor de Nederlandse markt is dit relevant omdat prijsontwikkelingen in Duitsland vaak als richtlijn dienen voor de rest van Europa, zeker bij volumemodellen van Volkswagen, BMW en Mercedes-Benz.
Kostenvergelijking kantelt bij stijgende stroomprijzen
De ZDK onderbouwt de waarschuwing met actuele kostenvergelijkingen. Bij oplopende stroomtarieven slinkt het voordeel van een elektrische personenauto ten opzichte van een vergelijkbare auto met verbrandingsmotor. Dit is geen hypothetisch scenario: in Duitsland piekten de stroomprijzen in 2022 naar recordhoogtes, mede door de energiecrisis. Hoewel de prijzen sindsdien enigszins zijn gedaald, blijft het kostenplaatje voor EV-rijders kwetsbaar voor fiscale verhogingen.
Voor het midden- en kleinbedrijf in de autosector heeft dit een dubbele impact. Enerzijds stijgen de energierekeningen van showrooms en werkplaatsen zelf, anderzijds — en dit noemt Hasler als doorslaggevend — verslechtert de verkoopbaarheid van elektrische modellen. Autobedrijven verkopen en onderhouden de auto's waarmee consumenten de komende jaren de weg op gaan. Als stroom als energiedrager fiscaal zwaarder wordt belast, veranderen de rekenvoorbeelden die dealers aan klanten voorleggen.
Coalitieakkoord versus harde realiteit
Extra wrang is dat de huidige Duitse coalitie van CDU, CSU en SPD in haar coalitieakkoord juist heeft afgesproken de stroombelasting voor alle bedrijven en consumenten naar het Europese minimum te verlagen. De ZDK wijst erop dat deze belofte nog niet is ingelost. Hasler: "De politiek zou haar eigen koers consequent moeten volgen. Als de elektrificatie van het verkeer gewenst is, moeten stroom en elektrisch rijden concurrerend blijven."
De branchevereniging eist daarom twee concrete maatregelen: geen aanvullende belastingen op stroom, en een verlaging van de huidige stroombelasting naar het Europese minimum voor álle verbruikers. Dit zou niet alleen de doorstroming naar elektrische personenauto's bevorderen, maar ook de tweedehandsmarkt voor elektrische auto's ondersteunen — een segment dat in Nederland in 2024 steeds belangrijker wordt voor prijsbewuste kopers.
Voor Nederlandse consumenten die oriënteren op een elektrische occasion of nieuwe elektrische auto, blijft de totale kostprijs per kilometer de doorslaggevende factor. De ontwikkelingen in Duitsland tonen aan dat zelfs in een land met een sterke autobranche en ambitieuze klimaatdoelen, fiscale keuzes de transitie kunnen maken of breken.