Ver voor zijn tijd: de Detroit Electric Model 75B

Tijdens Monterey Car Week kwam een bijzonder voertuig onder de hamer bij Mecum Auctions: een Detroit Electric Model 75B uit 1918. Dit exemplaar toont hoe ver elektrische mobiliteit al ruim een eeuw geleden was ontwikkeld — en hoezeer sommige basisprincipes zijn blijven hangen. Met een oorspronkelijk bereik van 130 kilometer overtrof deze wagen zelfs de eerste generatie Nissan Leaf, die bij zijn debuut in 2010 op papier maximaal 117 kilometer haalde onder ideale omstandigheden.

Het verschil in rijervaring kon echter niet groter zijn. Waar de Leaf moeiteloos de snelweg op kon, piekte de Detroit Electric op 32 km/h. Dat is zelfs onder de Amerikaanse norm voor low-speed vehicles (LSV), die meestal tot 40-45 km/h toestaan. Deze beperking maakt direct duidelijk waarom bereikcijfers uit die tijd niet vergeleken kunnen worden met moderne EPA- of WLTP-cycli.

Techniek uit de elektromobiliteit-pionierstijd

De Detroit Electric werd gebouwd door de Anderson Electric Car Company en maakte gebruik van een indrukwekkend accupakket voor die tijd: 42 losse loodzuuraccu's, verdeeld over 21 stuks voorin en 21 stuks achterin. Een enkele elektromotor van 4,28 pk, gemonteerd onder de vloer, dreef de achteras aan via een differentieel.

Het geveilde exemplaar is inmiddels voorzien van een modern accupakket. Het exacte bereik met deze nieuwe batterijen is niet bekendgemaakt, maar gezien de efficiëntiewinst van lithium-ion ten opzichte van loodzuur valt een aanzienlijke verbetering te verwachten — mogelijk zelfs een verdubbeling of meer.

Voor de EV-markt van nu is dit interessant voer voor discussie. De eerste Leaf met zijn 24 kWh-accu en beperkt thermisch beheer leed onder snelle degradatie en sterke winterverliezen. Dat een constructie uit 1918 met primitieve loodzuurtechnologie in theorie meer kon, illustreert hoezeer accuchemie en thermisch beheer de afgelopen vijftien jaar de beslissende sprongen hebben gemaakt — niet zozeer het basisconcept van de elektrische aandrijflijn zelf.

Rijden als in een salon op wielen

Interieur en bediening van de Detroit Electric zijn eveneens een wereld apart. De wagen biedt plaats aan vier inzittenden, maar dan wel in een asymmetrische opstelling: een bank aan één zijde en twee losse stoelen aan de overkant. De bestuurder neemt plaats op de linkerzijde van de bank, met een stuurhendel (tiller) in plaats van een conventioneel stuurwiel. De pedalen zitten voor de voeten, met een extra bedieningselement bij de hiel — een configuratie die moderne veiligheidsinspecteurs waarschijnlijk tot wanhoop zou drijven.

Opvallend is dat een passagier direct in het zicht van de bestuurder kan plaatsnemen, wat de term 'copiloot' in dit geval letterlijk neemt. De afwerking doet daarentegen sterk denken aan de luxe-salons uit die periode: gepolsterde stoffen zitplaatsen, gordijnen voor de achterramen en een ruime glazen koepel die veel daglicht binnenlaat.

De buitenzijde vertoont een fraaie twee-kleuren lak in zwart en bordeauxrood, gecombineerd met klassieke spakenwielen. Ter vergelijking: sommige hedendaagse racefietsen rijden op bredere banden dan deze veteraan.

Waarom deze oldtimer nu opvallend actueel is

De Detroit Electric vertegenwoordigt een fascinerend hoofdstuk in de geschiedenis van de auto. Rond 1900 was de elektrische aandrijflijn een serieuze concurrent van de verbrandingsmotor, vooral in stedelijk verkeer. De voordelen waren evident: stil, trillingsvrij en zonder handmatig aantrappen — een luxe die benzineauto's van die tijd niet boden. Pas de opkomst van de elektrische starter en massaproductie maakte einde aan deze eerste elektrische bloeiperiode.

Voor huidige liefhebbers en restaurateurs biedt zo'n voertuig unieke mogelijkheden. De eenvoudige elektromechanische opbouw maakt de Detroit Electric tot een van de toegankelijkste klassiekers uit het vroege automobilisme. Tegelijkertijd roept de veiling het spannende vraagstuk op van elektrische conversies: de huidige modernisering van het accupakket zou theoretisch uitgebreid kunnen worden naar de aandrijflijn, waarbij een krachtigere motor de topsnelheid naar woon-werkverkeerwaardige 50 km/h of hoger zou kunnen tillen — een debat dat ook bij klassieke VW Kever-conversies en Porsche 356 EV-rebuilds actueel is.

De vraagprijs tijdens de veiling is niet openbaar gemaakt, maar gezien de zeldzaamheid en de recente restauratie ligt een bedrag in de tonnen — mogelijk zelfs hoger voor verzamelaars van technisch erfgoed — voor de hand. Voor de Nederlandse markt blijft dit soort voertuigen overigens een curiositeit: de huidige BPM-vrijstelling voor historische auto's geldt pas vanaf 40 jaar oud, maar de RDW-keuring voor een dergelijk voertuig zou unieke uitdagingen opleveren.

Op zoek naar een moderne elektrische auto met daadwerkelijk toereikend bereik voor dagelijks gebruik? Bekijk het actuele aanbod op e-automarkt.nl en vergelijk modellen op WLTP-bereik, laadsnelheid en leaseprijs.