Van China naar Slovenië: een radicale herstart
Dacia's goedkoopste elektrische auto keert terug, maar deelt amper meer dan het naamplaatje met zijn voorganger. De huidige Spring, sinds 2021 gebouwd in China, krijgt een opvolger die volledig in Europa van de band rolt. Renault's fabriek in Novo Mesto, Slovenië, wordt het nieuwe thuis — een strategische verschuiving die Dacia losmaakt van Chinese productie en tegelijkertijd de kosten laag houdt.
De huidige Spring, ondanks zijn budgetimago, leverde sinds de marktintroductie ruim 210.000 exemplaren op. Dat is geen Sandero-cijfer — dat model was zelfs in 2024 en 2025 Europa's bestverkochte auto met 289.000 eenheden — maar vormt wel een solide basis voor een herontworpen tweede generatie.
Techniek uit de Renault 5, gestript tot de essentie
Onder de motorkap ligt een vereenvoudigde versie van het platform dat ook de Renault Twingo E-Tech draagt, zelf al een afgeleide van de Renault 5. Die erfenis betekent: kleinere batterij, minder vermogen, en cruciaal: geen onafhankelijke wielophanging achter. De meer complexe en duurdere multilink-constructie uit de 5 verdwijnt ten gunste van een goedkopere oplossing.
De specificaties volgen waarschijnlijk die van de Twingo op de voet. Dat betekent een 27,5 kWh LFP-accu — lithium-ijzer-fosfaat, goedkoper en robuuster dan NMC-chemie — goed voor 263 km WLTP. Er komt geen grotere batterijoptie, zoals bij de Renault 5 wel het geval is. De elektromotor levert 82 pk, genoeg voor een 0-100 km/h in 12,1 seconden en een topsnelheid van 130 km/h. Geen cijfers om van te juichen, maar wel voldoende voor stads- en woon-werkverkeer.
Laden gebeurt standaard met 6,6 kW wisselstroom, optioneel uit te breiden naar 11 kW (dan is de accu in 2,5 uur vol). Gelijkstroom snelladen piekt bescheiden op 50 kW, wat een sessie van 10 naar 80 procent in circa een half uur mogelijk maakt. Voor deze prijsklasse is dat acceptabel, al blijft het ver achter bij de 100+ kW die zelfs middelgrote EV's tegenwoordig halen.
Prijskaartje: onder de 17.500 euro?
De Renault Twingo E-Tech start in Frankrijk op €19.490. Dacia positioneert de Spring structureel lager: reken op een verschil van zo'n €2.000, wat de instapprijs rond €17.500 zou brengen. Dat maakt de Spring een van de weinige nieuwe elektrische auto's die daadwerkelijk concurreren met gebruikte exemplaren uit het middensegment.
Een interessante wildcard is de nieuwe E-Car-categorie die de Europese Unie overweegt. Vergelijkbaar met de Japanse kei-car-regelgeving, zou deze klasse fabrikanten toestaan bepaalde verplichtingen voor grotere auto's te laten vallen — denk aan specifieke veiligheidssystemen of afmetingseisen. Dat drukt productiekosten verder omlaag. Of de Spring hieronder valt, is nog niet bevestigd, maar de timing (verwachte onthulling tweede helft 2026) valt samen met de verwachte invoering.
Spring als opstap naar groter elektrisch succes
Dacia's elektrificatiestrategie stopt niet bij de Spring. Een elektrische Sandero staat voor 2027 op de planning — een logische stap gezien het immense succes van dat model. De Spring fungeert daarbij als aanjager: wie nu vertrouwd raakt met het merk in het goedkoopste segment, is later makkelijker te verleiden tot een grotere, duurdere Dacia-EV.
Voor de Nederlandse markt is de nieuwe Spring relevant vanwege de bijtellingsvoordelen en de druk op de occasionmarkt voor compacte EV's. Concurrenten als de Leapmotor T03 — eveneens uit China — bieden momenteel scherpe prijzen, maar missen het Europese productieverhaal dat steeds meer kopers waarderen. Of Dacia's kostenbesparingen in de praktijk standhouden tegenover die Chinese aanbieders, hangt af van het uiteindelijke specificatieniveau en de dealerprijzen.
Benieuwd naar het huidige aanbod elektrische stadsauto's? Bekijk op e-automarkt.nl welke Dacia Spring en vergelijkbare modellen momenteel beschikbaar zijn.



