Het voorstel: $130 per jaar, oplopend naar $150

De Amerikaanse Congresleden Sam Graves (Republikein, Missouri) en andere bipartisan medestanders werken aan de BUILD America 250 Act, een wetsvoorstel dat vanaf 2029 een jaarlijkse heffing van $130 op elektrische auto's zou leggen. Die fee stijgt elke twee jaar met $5 totdat het plafond van $150 is bereikt. Plug-in hybrides (PHEV's) ontspringen de dans niet: die betalen $35 per jaar, oplopend naar $50.

Het argument van voorstanders is helder: de federale benzineaccijns van 18,3 cent per gallon (circa 4,8 cent per liter) vult de Highway Trust Fund, het Amerikaanse fonds voor snelwegonderhoud. EV-rijders tanken geen benzine, dus betalen ze niets mee. "Dit zorgt dat EV-bezitters hun eerlijke deel gaan betalen voor het gebruik van onze wegen," aldus Graves.

De tegenwerping: is $130 wel eerlijk?

Kritische geluiden, waaronder die van Consumer Reports, de Sierra Club en de Zero Emission Transportation Association (ZETA), tonen aan dat de rekenkunde wringt. De gemiddelde Amerikaan betaalt jaarlijks slechts $70 tot $90 aan federale benzineaccijns — aanzienlijk minder dan de voorgestelde EV-fee. Ook zijn er grote verschillen in rijgedrag: senioren en incidentele rijders betalen soms maar $40 tot $50 per jaar aan benzinebelasting.

Het fundamentele probleem van een vaste heffing is dat deze geen rekening houdt met werkelijk gebruik. Iemand met een Tesla die 5.000 kilometer per jaar rijdt, betaalt evenveel als een Uber-chauffeur die 80.000 kilometer aflegt. Consumer Reports wijst erop dat commerciële voertuigen — bezorgbusjes, robotaxi's en rideshares — tot tien keer zoveel kilometers maken als particuliere auto's, maar onder een vaste fee ontgaat hen die proportioneel hogere belasting.

Daarbij komt dat de federale benzineaccijns sinds 1993 ongewijzigd is gebleven. Terwijl de inflatie de afgelopen drie decennia ruim verdubbelde en auto's zuiniger werden, stokte de inkomstenstroom voor snelwegonderhoud. De Highway Trust Fund kampt al jaren met een structureel tekort; de voorgestelde EV-fee zou dat volgens Sierra Club-directeur Katherine García "niet betekenisvol dichten".

De staatsprek: Amerika doet het al, soms fors duurder

Wie denkt dat $130 een uitzondering wordt, heeft het mis. Verschillende Amerikaanse staten heffen al eigen registratietarieven voor EV's en PHEV's, en sommige zijn beduidend pittiger. In Michigan stijgt de jaarlijkse EV-fee naar $267 in 2026; PHEV-bezitters betalen daar $113. In New Jersey ligt de drempel nog hoger: $270 voor een EV-registratie, waarvan de eerste vier jaar vooruit moeten worden betaald.

Deze staatsheffingen bestaan naast het federale voorstel. Dat betekent dat Amerikaanse EV-bezitters in de meest ongunstige gevallen straks zowel de staats- als federale fee moeten ophoesten, bovenop eventuele hogere verzekeringspremies en afschrijvingskosten die EV's in sommige markten nog kennen.

Wat betekent dit voor de EV-markt?

De timing van het voorstel is opmerkelijk. Terwijl de Amerikaanse EV-markt in 2024 en 2025 een groei-vertraging doormaakt — Tesla zag verkopen dalen, legacy-OEM's schroefden productiedoelen terug — voegt de politiek een extra kostenpost toe die het total cost of ownership-argument voor elektrisch rijden onder druk zet. De federale belastingkorting van $7.500 op nieuwe EV's wordt hier deels door geneutraliseerd, vooral voor wie een auto langere tijd bezit.

Albert Gore van ZETA erkent dat de Highway Trust Fund solvabel moet blijven, maar noemt de fee "eenvoudigweg een punitieve belasting die onevenredig zwaar drukt op vroege adoptie van elektrische voertuigen". Het risico bestaat dat dergelijke maatregelen — zeker als ze internationaal navolging krijgen — de overgang naar emissieloos vervoer afremmen, juist in een fase waarin marktpenetratie nog steeds afhankelijk is van prijsconcurrentie met verbrandingsmotoren.

Het wetsvoorstel moet nog formeel worden ingediend en door beide kamers van het Congres. De auteurs mikken op een stemming voor 30 september, wanneer de huidige transportfinancieringswet verloopt. Voor Europese EV-rijders is het signaal duidelijk: de 'gratis' infrastructuurperiode voor elektrisch rijden nadert zijn einde, en de vraag hoe wegengebruik eerlijk wordt verdeeld over aandrijflijnen, staat ook hier op de politieke agenda.