Recordcijfers die niet genoeg zijn
De Britse markt voor volledig elektrische personenauto's heeft in de eerste acht maanden van dit jaar een historisch hoogtepunt bereikt. Het marktaandeel van batterij-elektrische voertuigen (BEV's) kwam uit op 25,6 procent van alle nieuwregistraties. In augustus alleen steeg dit percentage zelfs naar 29,8 procent. Beide cijfers zijn absolute records voor het Verenigd Koninkrijk, toch klinkt er een scherpe waarschuwing van de Society of Motor Manufacturers and Traders (SMMT).
De brancheorganisatie stelt dat het huidige tempo significant onder het wettelijke doel blijft. Voor 2024 geldt een wettelijk mandaat van 33 procent elektrische nieuwverkopen. De kloof van ruim zeven procentpunten over de eerste twee derden van het jaar illustreert hoe lastig het is om wettelijke verplichtingen om te zetten in daadwerkelijke consumentenaankopen.
Waarom de Britse consument twijfelt
De SMMT wijst op structurele barrieres die de adoptie afremmen. De laadinfrastructuur groeit wel, maar niet in het tempo dat nodig is om zekerheid te bieden aan kopers zonder eigen oprit. Daarnaast blijft de prijsstelling van BEV's een obstakel: elektrische modellen zijn in de meeste segmenten nog steeds duurder dan vergelijkbare benzine- of dieselvarianten, ondanks dalende accukosten.
Vergeleken met Nederland ziet het Britse landschap er anders uit. Waar ons land leunt op fiscale voordelen voor zakelijke rijders, is de Britse markt meer afhankelijk van particuliere kopers die minder snel worden gestimuleerd. Het Britse plug-in car grant werd in 2022 volledig afgebouwd, wat de directe prijsprikkel elimineerde. Nederland koos bewust voor het handhaven van de bijtellingskadering, met een marktaandeel van ruim 30 procent BEV's als resultaat in 2023.
Elektrische bestelwagens: zelfde patroon
Ook het segment van lichte bedrijfsvoertuigen toont een vergelijkbaar beeld. Elektrische bestelwagens noteerden eveneens groei, maar blijven ver verwijderd van de gestelde doelen. Dit is des te opmerkelijk omdat fleetbeheerders en koeriersdiensten theoretisch beter in staat zijn om laadinfrastructuur te plannen dan particuliere gebruikers. De praktijk toont dat ook zakelijke beslissers worstelen met beschikbaarheid, laadcapaciteit op bedrijfsterreinen en de hogere aanschafprijs van elektrische bestelwagens.
Voor Nederlandse ondernemers die de Britse markt volgen, is dit een relevant signaal. De Europese bestelwagenmarkt staat voor een vergelijkbare transitie, met de CO2-normen voor 2025 die scherper worden. Bedrijven die nu investeren in elektrische logistiek, bouwen een voorsprong op ten opzichte van concurrenten die wachten op lagere prijzen of betere modellen.
Wat betekent dit voor de Europese EV-markt?
De Britse cijfers passen in een breder Europees patroon. Markten die afhankelijk zijn van vrije consumentenkeuze zonder sterke fiscale sturing, presteren systematisch minder dan landen met consistente beleidsinstrumenten. Noorwegen (ruim 80 procent BEV-aandeel) en Nederland bewijzen dat een combinatie van prijsprikkels en infrastructuurcommitment werkt. Het Verenigd Koninkrijk toont daarentegen wat er gebeurt wanneer subsidies worden teruggeschroefd terwijl de markt nog niet volwassen is.
Voor Nederlandse EV-rijders en -kopers is de les duidelijk: de transitie is kwetsbaar. Het huidige succes hier is mede gebouwd op fiscale constructies die politiek onder druk staan. De Britse situatie illustreert hoe snel de groei kan afvlakken wanneer die steun verdwijnt, zelfs als de technologie rijp is en het aanbod divers.
De SMMT drukt erop dat fabrikanten en overheid gezamenlijk moeten optrekken. Zonder versnelde investeringen in publieke laadpunten en gerichte prijsmaatregelen voor particuliere kopers, dreigt het Verenigd Koninkrijk zijn eigen klimaatdoelen voor mobiliteit te missen. Ofwel: records zijn mooi, maar de wettelijke werkelijkheid vraagt om meer dan alleen marktwerking.