Van auto naar thuisbatterij: het net als verdienmodel

Pacific Gas & Electric (PG&E), het grootste nutsbedrijf aan de Amerikaanse westkust, heeft zijn bidirectionele laadprogramma fors uitgebreid. Waar eerst voornamelijk enkele GM-modellen en de Ford F-150 Lightning meededen, kunnen nu ook eigenaren van de Kia EV9, Volvo EX90, Polestar 3, Nissan Leaf (vorige generatie) en de nieuwe Chevy Bolt EV hun accu als buffer voor het elektriciteitsnet inzetten.

De technologie achter dit vehicle-to-everything (V2X) laden is relatief eenvoudig in theorie: de EV fungeert als mobiele thuisbatterij van tientallen kilowatturen. 's Nachts laden wanneer stroom goedkoop is, overdag terugleveren wanneer het net onder druk staat. In de praktijk vereist het wel specifieke hardware en software die de communicatie tussen auto, thuislader en nutsbedrijf mogelijk maakt.

Welke auto's en laders werken mee?

PG&E publiceert een volledige lijst van compatibele voertuigen en laadapparatuur. De recente toevoegingen betreffen:

  • Kia EV6 en EV9 — werken met Wallbox Quasar 2-laders
  • Volvo EX90 en Polestar 3 — beide op hetzelfde SPA2-platform
  • Nissan Leaf (vorige generatie) — een van de pioniers in bidirectioneel laden met CHAdeMO
  • Chevy Bolt EV (nieuwe generatie), Cadillac Celestiq en Escalade IQ

Reeds eerder toegelaten waren de Ford F-150 Lightning, Tesla Cybertruck, Chevrolet Silverado EV en Equinox EV. Voor GM-modellen is de PowerShift-lader vereist, Tesla gebruikt de combinatie van Universal Wall Connector met Powershare Gateway.

Opvallend is de opname van de Nissan Leaf met CHAdeMO-aansluiting — een standaard die in Europa en Noord-Amerika steeds meer op de achtergrond raakt ten gunste van CCS en NACS. Dat PG&E deze toch ondersteunt, toont aan dat de bestaande vloot van circa 650.000 Leafs wereldwijd nog steeds een relevante buffercapaciteit vertegenwoordigt.

Verdienmodel: subsidies en terugleververgoedingen

Deelnemers ontvangen diverse financiële incentives. Voor particulieren geldt:

  • Tot $2.500 installatiesubsidie
  • Tot $3.000 voor huishoudens in achterstandswijken
  • $1.500 vroegboekersbonus voor de eerste 250 deelnemers

Zakelijke klanten kunnen rekenen op maximaal $4.500, oplopend tot $5.000 in kwetsbare gemeenschappen. De inschrijving loopt tot juni 2027.

Het daadwerkelijke verdienen gebeurt via dynamische tarieven. PG&E hanteert uurprijzen die dagelijks fluctueren op basis van transmissiekosten, vraag, tijdstip en weersomstandigheden. Op 23 augustus varieerde de vergoeding van $0,05 tot $0,50 per kWh. Wie slim laadt — 's nachts inkopen tegen laag tarief, overdag terugleveren tegen piektarief — kan zo de energierekening verlagen of zelfs negatief maken.

Technologische en marktcontext

PG&E werkt samen met softwarebedrijf Bidirectional Energy voor de platformkoppeling en PowerFlex voor de uitrol van V2X-infrastructuur in Californië. Deze publiek-private samenwerking is karakteristiek voor de huidige fase van bidirectioneel laden: de technologie werkt, maar schaal vereist gestandaardiseerde protocollen en regelgevingshelderheid.

Voor de Nederlandse markt is dit programma interessant als benchmark. Nederland telt ruim 400.000 volledig elektrische personenauto's met een gezamenlijke accucapaciteit van naar schatting 20 GWh — vergelijkbaar met de grootste stationaire opslagsystemen. Als V2X hier op grotere schaal beschikbaar komt, bijvoorbeeld via de opkomende bidirectionele laadpalen voor thuis, ontstaat er een enorme gedistribueerde buffer.

De Kia EV9, met zijn 99,8 kWh-accu, kan een gemiddeld Nederlands huishouden ruim een week van stroom voorzien. De vraag is niet óf deze technologie naar Europa komt, maar wanneer netbeheerders en regelgevers het pad vrijmaken voor vergelijkbare terugleververgoedingen.

"Deze uitbreiding draait om keuzevrijheid. Door het aanbod van geschikte voertuigen en laders te vergroten, helpen we klanten om hun EV om te zetten in een thuisback-up én een netasset." — David Almeida, directeur schone energietransport bij PG&E

Op dit moment blijft V2X in de meeste landen beperkt tot pilots. Het Californische programma, dat al enkele jaren loopt, is een van de weinige operationele schaalprojecten wereldwijd. De uitbreiding naar meer merken en modellen is een stap richting mainstream, al blijft de afhankelijkheid van specifieke laders en softwareplatforms een drempel voor doorsnee consumenten.