Van deelauto's naar openbare infrastructuur
De Métropole Nice Côte d'Azur heeft 86 laadstations overgenomen die tot eind juni 2026 exclusief gereserveerd waren voor Mobilize Share, het deelautoconcept van Renault. Na het stopzetten van deze dienst als onderdeel van een bredere herstructurering bij Mobilize, worden de punten nu omgevormd tot een publiek toegankelijk laadnetwerk. De regio zet daarmee een interessant voorbeeld van laadinfrastructuur-recycling.
Voor EV-rijders in Zuid-Frankrijk betekent dit een aanzienlijke uitbreiding van de beschikbare laadcapaciteit. De Côte d'Azur kampt, net als veel toeristische kustregio's, met seizoensgebonden drukte op het laadnetwerk. De toevoeging van 86 extra punten — voorheen afgeschermd achter een deelsysteem — komt op een moment dat de Franse EV-markt volop groeit.
Mobilize' terugtrekking en de gevolgen
Mobilize, Renault's mobiliteitsdivisie, stopte met zijn Share-dienst per 30 juni 2026. Het bedrijf richt zich daarmee op andere onderdelen van zijn strategie, waaronder de ontwikkeling van de Mobilize Duo en de inzet op energiediensten. Het carsharing-concept, dat onder meer gebruikmaakte van de elektrische Renault Zoe, bleek in de huidige vorm niet levensvatbaar.
De beslissing van Nice om de infrastructuur over te nemen, voorkomt dat deze laadpunten — vaak strategisch geplaatst in de stad en omgeving — buiten gebruik raken of worden verwijderd. Dit is geen vanzelfsprekendheid: in andere steden zien we dat laadinfrastructuur gekoppeld aan mislukte mobiliteitsprojecten soms jarenlang ongebruikt blijft staan of wordt gedemonteerd.
Wat betekent dit voor het Franse laadlandschap?
Frankrijk telt momenteel ruim 130.000 publieke laadpunten, maar de verdeling is sterk onevenwichtig. Parijs en Île-de-France domineren, terwijl regio's als Provence-Alpes-Côte d'Azur (PACA) achterblijven in laaddichtheid per EV. De 86 nieuwe punten in Nice — een stad met ongeveer 340.000 inwoners en een fors toeristisch aanbod — vullen een merkbaar gat.
De locaties van de voormalige Mobilize-punten zijn doorgaans zorgvuldig gekozen: dicht bij woon-werkverkeer, winkelcentra en openbare parkeerplaatsen. Dit zijn precies de plekken waar destination charging het meest effectief is. EV-rijders laden immers het liefst waar ze toch al parkeren.
Voor Nederlandse toeristen die met de elektrische auto naar Zuid-Frankrijk reizen, is dit eveneens relevant. De route via de Rhône-vallei naar de Côte d'Azur — populair bij vakantiegangers — krijgt er zo een betrouwbaarder laadoptie bij. De A7 en onderliggende wegen hebben al voldoende snelladers van operators als Ionity en TotalEnergies, maar het tekort aan AC-laden (11-22 kW) in de stad zelf werd steeds vaker genoemd als knelpunt.
Lessen voor andere steden
Nice' aanpak biedt een model voor andere Europese steden die kampen met overgebleven laadinfrastructuur van gefaalde mobiliteitsdelen. Denk aan de vele Share Now- en Greenwheels-zones die in Nederland de afgelopen jaren verdwenen. Ook daar stonden soms specifieke laadpunten die exclusief voor deelauto's waren bestemd.
Het verschil: in Nederland zijn dergelijke punten meestal eigendom van de deeloperator zelf of van een derde partij met een exclusiviteitscontract. De overname door een publieke autoriteit, zoals in Nice gebeurt, vereist dus een andere governance-structuur. De Métropole Nice Côte d'Azur functioneert hier als laadinfrastructuur-aggregator, een rol die steeds vaker bij regionale overheden komt te liggen.
Of de 86 punten hun oorspronkelijke laadvermogen behouden, is nog niet bekendgemaakt. Mobilize Share maakte gebruik van AC-laden, meestal 11 kW of 22 kW, geschikt voor de Renault Zoe met zijn destijds unieke Chameleon-lader die driefasig laden ondersteunde. Voor moderne EV's met grotere accu's en hogere laadsnelheden is dat aan de lage kant, maar voor dagelijks gebruik en overnachtladen volstrekt adequaat.
De verwachting is dat de regio de punten integreert in het bestaande ChargeGuru- of IZIVIA-netwerk, beide actief in de regio PACA. Dat zou betekenen dat de punten toegankelijk worden via bestaande laadpasjes en apps, zonder dat rijders een nieuw abonnement hoeven af te sluiten.