Leasing breekt investeringsdrempel voor laadinfrastructuur

Kempower, het Finse bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in modulaire DC-snelladers, heeft in het Verenigd Koninkrijk een nieuw financieringsmodel gelanceerd. Samen met DLL, een wereldwijde aanbieder van op activa gebaseerde financiering, biedt het nu leasing aan voor EV-laadstations. Het eerste project is inmiddels opgeleverd: een locatie in Bedfordshire met acht snellaadpunten.

De constructie is interessant voor de Nederlandse markt omdat zij een bekend probleem adresseert. De opkomst van elektrisch rijden vraagt om snelle uitrol van laadinfrastructuur, maar de initiële investering in DC-snelladers ligt hoog. Een enkele HPC-paal (High Power Charging) van 150 kW of meer kost al snel €50.000 tot €100.000 exclusief installatie en netwerkversterking. Voor onafhankelijke exploitanten — denk aan tankstations, supermarktketens of regionale energiecoöperaties — is dat een fors bedrag dat terugverdientijd en kasstromen belast.

Bedfordshire als proeftuin voor modulair ontwerp

De Britse locatie in Bedfordshire telt acht laadpunten. Kempower staat bekend om zijn modulaire opzet: meerdere lademodules delen een centrale vermogensbuffer. Dat betekent dat de beschikbare capaciteit dynamisch wordt verdeeld over de aangesloten auto's. Rijdt er een Hyundai Ioniq 5 of Kia EV6 binnen die 800V-architectuur heeft en 200+ kW kan accepteren, dan krijgt die paal meer vermogen. Staat er een ingeruimde Volkswagen ID.3 met 100 kW maximum, dan stroomt de resterende capaciteit naar andere gebruikers.

Dit systeem onderscheidt Kempower van traditionele fabrikanten die vaste vermogens per paal leveren. De modulaire aanpak levert een hogere benutting op — cruciaal voor exploitanten die per kWh of per laadsessie willen verdienen. In Nederland zien we vergelijkbare filosofieën bij onder meer EVBox en ABB, hoewel Kempower met zijn 'Satellite' systeem de verdeling nog fijnmaziger maakt.

Financieringsconstructie en marktpositie

DLL, onderdeel van Rabobank, is geen onbekende in mobiliteitsfinanciering. De partij leaset al jaren bedrijfsauto's, landbouwmachines en medische apparatuur. De stap naar laadinfrastructuur is logisch: het betreft kapitaalintensieve activa met een voorspelbare afschrijving en steeds duidelijker inkomstenstromen via laadtarieven.

Voor Kempower is de samenwerking strategisch van belang. Het bedrijf, dat in 2022 naar de beurs ging in Helsinki, concurreert met zwaargewichten als ABB, Siemens en Chinese fabrikanten die de Europese markt overspoelen. Door een lease-optie te bieden, verlaagt het niet alleen de drempel voor klanten, maar creëert het ook terugkerende inkomsten via service- en onderhoudscontracten die vaak aan lease zijn gekoppeld.

In het VK is de markt voor publieke snelladers nog volatieler dan in Nederland. Het land telt naar schatting 60.000+ publieke laadpunten, maar de verdeling is ongelijkmatig en betrouwbaarheid blijft een punt van zorg. De Britse overheid heeft weliswaar investeringssubsidies, maar de recente politieke verschuivingen maken langetermijnplanning voor exploitanten lastig. Juist dan biedt leasing meer flexibiliteit dan eigendom.

Implicaties voor de Nederlandse markt

Nederland loopt voorop in Europese laaddichtheid, maar de uitdaging verschuift. Waar het vijf jaar geleden nog ging om het aanleggen van genoeg punten, draait het nu om capaciteit en snelheid. Het net van 50 kW 'snelladers' die rond 2018 werden geplaatst, voldoet niet meer voor moderne EV's die 150-250 kW kunnen laden. Retrofit of vervanging is nodig, en daarvoor is kapitaal beschikbaar.

Een leasemodel zoals Kempower en DLL dat nu in het VK testen, zou ook hier kunnen werken. Nederlandse mkb'ers die een laadhub willen openen — bijvoorbeeld bij een bedrijventerrein of langs een provinciale weg — zouden dan geen €300.000-€500.000 vooruit hoeven te leggen voor een zestal HPC-punten, maar maandelijks kunnen afdragen. De terugverdientijd van laadinfrastructuur ligt in goed bezochte locaties tegenwoordig op 5-8 jaar; leasing spreidt dat risico.

Of Kempower zijn leaseconstructie direct naar Nederland brengt, is niet bekend. Het bedrijf is hier wel actief — onder meer met projecten voor Vattenfall en enkele gemeenten — maar de financieringsvorm is nu specifiek voor de Britse markt ontwikkeld. Gezien de concurrentiedruk en de behoefte aan snellere uitrol, lijkt uitbreiding slechts een kwestie van tijd.