Een strategische gok op de EV-toeleveringsketen

De Filipijnen hebben een fors stimuleringsprogramma gelanceerd ter waarde van 60 miljard peso, omgerekend circa 852 miljoen euro. Het doel: buitenlandse én lokale fabrikanten overtuigen om elektrische personenauto's, bedrijfsvoertuigen en cruciale onderdelen ter plekke te produceren. Het programma combineert investeringsvergoedingen met productiebonussen, een model dat we de afgelopen jaren vooral zagen in landen als Thailand, Indonesië en Vietnam.

Voor de Europese EV-markt is dit relevant omdat de Filipijnen traditioneel sterk zijn in halfgeleiders en elektronische componenten. Een verschuiving naar EV-specifieke productie — denk aan batterijmanagementsystemen, elektromotoren en vermogenselektronica — kan op termijn de prijsdruk op deze onderdelen verhogen. Dat komt de kostenstructuur van Europese merken ten goede, die nu voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van Chinese toeleveranciers.

Wat het programma concreet biedt

De Filipijnse overheid richt zich op twee sporen: investeringsincentives voor nieuwe fabrieken en productielijnen, en productiebonussen die oplopen naarmate meer voertuigen of componenten lokaal worden gefabriceerd. De regeling dekt zowel elektrische personenauto's als commerciële voertuigen, inclusief de onderdelenketen eromheen.

Dit onderscheidt het programma van puur consumentengerichte maatregelen zoals aankoopsubsidies of belastingvrijstelling bij import. De Filipijnen willen de hele waardeketen binnenboord halen, niet alleen het eindproduct verkopen. Dat is een les die Europese landen — met name in Oost-Europa, waar veel batterijcellenfabrieken verrijzen — ook hebben getrokken uit de Aziatische concurrentie.

Regionale context: de ASEAN-EV-race

De Filipijnen zijn relatief laat met een grootschalig industrieel programma. Thailand profileerde zich al eerder als 'Detroit of Asia' voor EV's met aanzienlijke investeringsvergoedingen voor Chinese merken als BYD en Great Wall Motor. Indonesië levert met zijn nikkelreserves een strategisch voordeel voor batterijproductie. Vietnam heeft via VinFast een nationale EV-champion gebouwd, met eigen fabrieken in de Verenigde Staten en Europa.

De Filipijnen hebben hun eigen troeven: een Engels-sprekende bevolking, een sterke IT-dienstverlening en bestaande elektronica-industrie. Voor Europese en Koreaanse onderdelenleveranciers die hun afhankelijkheid van China willen verminderen, biedt dit een interessant alternatief. De vraag is of 850 miljoen euro voldoende is om de eerste productiefaciliteiten van de grond te krijgen — voor een batterijcelfabriek alleen al is een veelvoud nodig, zoals de 7,5 miljard euro kostende Northvolt-fabriek in Duitsland illustreert.

Implicaties voor de Nederlandse markt

Directe gevolgen voor Nederlandse EV-kopers zijn er niet, maar de ontwikkeling past in een breder patroon. Naarmate meer landen EV-productie stimuleren, groeit de globale capaciteit voor batterijen, motoren en halfgeleiders. Dat kan de prijsdruk versterken waar Europa nu al van profiteert: de gemiddelde verkoopprijs van elektrische personenauto's in Nederland daalde in 2024 naar onder de 45.000 euro voor nieuwe modellen, mede door goedkopere Chinese concurrentie en schaalvoordelen in de toelevering.

De Filipijnse focus op commerciële voertuigen is opmerkelijk. Elektrische bestelwagens en lichte vrachtwagens kampen in Europa nog met hogere aanschafprijzen dan hun diesel-equivalenten, deels door kleinere productieschalen in de onderdelen. Als het Filipijnse programma leidt tot nieuwe toeleveranciers voor bedrijfsvoertuigen, kan dat op termijn ook de Europese markt voor elektrische bestellers beïnvloeden — een segment dat in Nederland sterk groeit dankzij fiscale voordelen voor zakelijke rijders.

Het succes van het programma hangt af van de uitvoering. Aziatische investeringsfondsen voor EV-productie hebben gemengde resultaten: Thailand trok miljarden aan Chinese investeringen binnen, terwijl andere landen worstelen met bureaucratie en infrastructuurtekorten. De Filipijnen zullen moeten bewijzen dat hun 852 miljoen euro niet alleen aantrekkelijk is op papier, maar ook leidt tot daadwerkelijke productiecapaciteit die de globale EV-markt kan voeden.