Massale uitrol in Zuidwest-Engeland

De bestuurlijke samenwerking tussen Devon County Council (DCC) en Torbay Council heeft drie laadinfrastructuurbedrijven aangewezen voor de aanleg van bijna 3.000 publieke laadpunten voor elektrische auto's. De contracten zijn gegund aan Believ, char.gy en Wenea — drie spelers die elk een ander segment van het laadlandschap bedienen. De eerste palen verschijnen de komende maanden op straat.

De investering is substantieel: £8 miljoen komt uit het Britse Local Electric Vehicle Infrastructure-fonds (LEVI), aangevuld met circa £30 miljoen aan privaat kapitaal. Die verhouding van ongeveer 1:4 tussen publieke en private middelen is kenmerkend voor hoe de Britse overheid de laadmarkt stimuleert: de overheid de-riskt de eerste schop, exploitanten dragen het zware financiële werk.

Drie operators, drie strategieën

De keuze voor drie verschillende partijen is opvallend en zegt iets over de gewenste dekking. Believ — voorheen bekend als Liberty Charge — opereert als full-service infrastructuurleverancier die samenwerkt met nutsbedrijven en gemeenten. Het bedrijf richt zich op snelladers en destination charging in stedelijke gebieden.

Char.gy heeft een niche in lamppostladers en laagvermogende straatladers ontwikkeld, ideaal voor woonwijken zonder eigen oprit. Hun oplossing is cruciaal voor de zogenoemde 'garageloze' EV-rijder — in Nederland goed voor meer dan 40% van de huishoudens in grote steden, en in delen van Devon en Torbay vermoedelijk vergelijkbaar of hoger.

Wenea, Spaans van oorsprong maar actief in meerdere Europese markten, brengt vooral snellaadcapaciteit mee. De combinatie suggereert een doordachte mix: traag laden thuis op straat, sneller laden bij voorzieningen en winkelcentra.

LEVI-fonds als katalysator

Het LEVI-programma is onderdeel van de Britse strategie om tegen 2030 (met recente uitstel naar 2035 voor nieuwe verbrandingsauto's) voldoende infrastructuur te hebben. De £450 miljoen tellende pot is expliciet bedoeld voor gebieden waar commerciële partijen niet uit eigen beweging komen — typisch landelijke regio's, kustgebieden en perifere stedelijke gebieden.

Devon en Torbay passen in dat profiel. Het graafschap Devon, met zijn kustlijn aan de Engelse Rivièra, nationale parken (Dartmoor, Exmoor) en verspreide bebouwing, kampt met het klassieke probleem van onzekerheid over bereik voor toeristen en inwoners. De bijna 3.000 punten moeten dat structureel veranderen. Ter vergelijking: heel Nederland telde eind 2024 ruim 175.000 publieke laadpunten voor een bevolking van 17,5 miljoen. Deze Britse regio van ongeveer 800.000 inwoners komt met deze uitrol op vergelijkbare dichtheid per hoofd van de bevolking.

Wat dit betekent voor de EV-markt

De aanpak is illustratief voor een bredere verschuiving in Europa. Waar laadinfrastructuur eerst een Amsterdam-Rotterdam-Brussel-Parijs-verhaal was, verschuift de aandacht nu naar secundaire steden en toeristische regio's. Voor EV-rijders in Nederland is het relevant omdat Devon en Torbay populaire vakantiebestemmingen zijn — de oversteek met de boot naar Plymouth of de tunnel naar Folkestone eindigt voor velen in deze regio.

De investering van £38 miljoen totaal komt neer op ongeveer €45 miljoen, of ruwweg €15.000 per laadpunt. Dat is aan de lage kant voor snelladers, maar verklaarbaar door de verwachte mix met goedkopere AC-palen. Voor context: een 150 kW DC-snellader inclusief aansluiting en civiele werken kost al gauw €50.000-€100.000; een 7-11 kW AC-lader aan een bestaande lichtmast ligt onder de €5.000.

De timing is ook marktmatig interessant. De Britse EV-markt groeide in 2024 met 21% jaar-op-jaar, maar de laadinfrastructuur hinkte achter in niet-stedelijke gebieden. Deze uitrol, gespreid over meerdere jaren, kan een voorbeeld worden voor vergelijkbare regio's in Wales, Schotland en Noord-Engeland — markten waar Nederlandse laadoperators zoals Fastned en Shell Recharge ook actief zijn of kunnen worden.